Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBOEK047

Een mop (brief), 1894

Hoofdtekst

Er was eens een hele domme boer, die een vrouw had, veel schranderder dan hij. Zij regeerde dan ook gewoonlijk alles, kocht en verkocht en regelde de werkzaamheden van de boerderij, maar op een zekere keer had zij een ongeluk gekregen, zoo dat zij niet meer loopen kon en moest dus thuis blijven. De boer had een koe die verkocht moest worden en nu moest de man wel naar de markt, er was niets aan te doen. De markt was in zeker dorp op een paar uur afstand van de woning. Nu werd goed gevonden dat Hannes met de koe naar de markt zou gaan. Al eenige dagen van te voren had de boerin haar man onder het oog gebracht hoe te handelen als er kooplui om de koe bij hem kwamen en de prijs zoo omtrent bepaald.
"Ge moet," zeide zij, "niet veel praten want men zou dan merken hoe dom ge zijt, ook moet ge niets met praters te maken willen hebben, want praters zij[n] geen koopers. Dus zijt nu eens verstandig en beding den prijs die ik gesteld heb. Wil men niet besteden dan brengt ge de koe weer thuis, maar ik heb liever dat gij ze verkoopt want ge weet dat wij geld nodig hebben om de pacht te betalen. Ach, kon ik zelf maar gaan, dat men toch zoo een domme man heeft," zuchtte de boerin.
Dit gezegde trok Hannes zich wel wat aan en hij nam zich dan ook voor zoo te handelen dat de vrouw over hem tevreden kon wezen. Op bepaalde tijd trok de boer met de koe naar de markt, de marktdag was druk en er waren veel liefhebbers om de koe, het beest werd bevoeld en betast, de kooplui waren drukke praters, dat stond Hannes niet aan. Zij boden geld en hadden veel drukte, maar het boertje wilde niets van die drukpraters weten, daar hij de woorden van zijn vrouw indachtig was, praters zijn geen koopers. Hannes was stom als een visch.
Als men hem al vroeg wat hij van hun bod dacht, draaide hij het hoofd om en zeide: "Ge kunt de koe niet krijgen."
De kooplui dropen dus af en het boertje bleef onder de hand zoo wat alleen op de markt.
"Ja," dacht hij, "nu moet ik toch ook maar zien dat ik weg kom, kooplui die niet praten komen er toch niet, maar wat zal het wijf wel zeggen als ik de koe weer mee thuisbreng. Nu zal ze mij [nog] meer voor dom schelden en toch heb ik juist gedaan wat zij gezegt heeft."
Zoo wandelde het boertje dan met de koe weer op huis aan. Op weg kwam hij door een dorpje en langst een kerkje dat juist open stond, daar wilde hij wel eens een kijkje gaan nemen of er soms nog een koopman was die niet veel sprak. Het was juist dien dag bedevaart. Men vereerde het beeld van den H. Antonius met het varken (tegen besmettelijke varkensziekte). Het was laat en de kerk was leeg, het boertje met de koe trad de kerk in, hij bond de koe aan een kerkbank vast en ging wat verder, want hij had daar iemand ontdekt die heel stil stond en geen woord sprak, namentlijk het beeld van St. Antonius met het varken. Dat beeld was op een hoogte langs de wand geplaatst en gekleed in natuurlijke kleederen van een monnik. (Vroeger tijd deed men de heilige beelden kleeren aan van stof in plaats van gebeeldhout.) Daar het boertje ver van dorpen en steden woonde kwam hij nooit in de kerk, meschien was hij er een paar keeren van zijn heel leven geweest, hij wist dus niets van die beelden af, hij dacht: "Dat is een varkenskoopman; die zal ook de koe wel koopen. Daarbij staat hij stil en spreekt geen woord, dat is juist mijn man."
Hij ging vlak voor het beeld staan, knikte eens en riep: "Kom er eens af, vrind! Dan zal ik u mijn koe verkoopen, daarginds staat ze, een best beest hoor."
Alles bleef stil.
"Wat geeft ge voor de koe, toe zeg maar ronduit wat ze u waard is dan kunt ge toch uw gemak houden, zeg het dan zoo maar, een enkel woord, toe!"
Alles bleef stil.
"Nu zwijg dan maar want veel praten daar houd het wijf niet van, knikt maar ja of neen als ik u de prijs zeg die de koe moet kosten, wilt gij ze voor f160?"
Alles bleef stil, nu werd ons boertje kwaad, nam zijn stok en sloeg het beeld van zijn voetstuk zoo dat het voor hem neer rolde en met het beeld een zak met geld.
"Zie zoo," zeide de boer, "ik wist wel dat gij eiers voor uw geld zoude kiezen, had ge maar gesproken, dan had ik u niet geslagen."
Het boertje nam het geld op en ging de kerk uit, de koe daar latend, en met vijfhondert gulden kwam hij thuis. Zeer vergenoegd wierp hij het geld de vrouw in haar schoot.
"Zie zoo," zeide hij, "mij dunkt ge zult nu niet meer zeggen dat Hannes dom is, is wel?"
De vrouw telde het geld en stond verwondert over zoo een schat. Zij vroeg al hoe hij het had aangelegd om zoo veel geld voor de koe te krijgen, en hoe de koopman er uitzag, want zij kon maar niet begrijpen dat de menschen zoo gul en Hannes zoo slim geworden waren.
Hannes sprak niet veel over het geval in de kerk want hij dacht: "Als ik haar vertel dat ik de koopman afgeranseld heb, zal het er niet pluis zijn." Hij zeide dan ook alleen dat het een varkenskoopman was en dat hij hem de geldzak voor de voeten geworpen had, daar bleef het bij.
Maar nu het geval in de kerk. De koster kwam de kerk sluiten en vond daar de koe aan de bank gebonden, verder kijkende ontwaarde hij dat het beeld van den H. Antonius van zijn voetstuk lag, en toen den angst van de koster. Dit te vertellen is niet mogelijk, want achter of in het beeld, had de koster zijn spaarduitjes geborgen, hij waande ze daar veilig. De koster had een vrouw die de boel opmaakte en hij was zeer zuinig. Hij kreeg nog wel eens een fooi van den een en anderen en dacht op zijn ouden dag, als hij zijn ampt niet meer zou kunnen waarnemen; hij had lang gespaard om zoo veel geld bij elkander te krijgen en nu was alles weg. Wat te beginnen en dan die koe in de kerk, wat betekende dit alles? Hij dacht al aan een mirakel, want zoo'n vreemde dingen, men had er nooit van gehoord. Eenigen tijd in gedachten rond gedrenteld en gezocht te hebben haalden hij er de Pastoor bij, vertelden hem het geval van het geld, enz. De Pastoor kon er ook al geen touw aan vast knoopen en dan die koe in de plaats, anders zou men nog denken aan dieven, maar die zijn niet gewoon iets in de plaats te geven, wat te denken!
Nu schoot hem te binnen dat op het dorp, een uur afstand, markt geweest was, zeker had een dief de koe daar gestolen en dacht zich niet veilig meer, had de koe in de kerk gelaten en was er van doorgetrokken, had op een of ander manier het geld ontdek[t], hoe wist men nog niet, maar zeker een bekende die de koster bespied had als hij met het geld bezig was, tot zoo ver de meening van Pastoor en Koster.
"Ja," zeide de Pastoor, "nu maar gaauw naar de veldwachter dat hij den dief achterna zit."
"Neen," zeide de koster, "dat niet, geen ruchtbaarheid geven aan de zaak; dat moet stil blijven, want als mijn vrouw het wist zou ze mij nog uitlachen op den koop toe en ik kon dan ook nooit iets meer besparen."
"Nu," zeide de Pastoor, "neem dan de koe mee naar huis en zegt aan u[w] vrouw dat het een prezend van mij is, dan hebt ge toch iets voor het verloren geld."
Zoo gezegt zoo gedaan, de koster kwam met de koe thuis, de vrouw was wel wat verwondert over zoo een geschenk te meer daar de Pastoor anders zuinig was en zelf ook al niet breed bij zat. De koster overtuigde haar echter met te zeggen dat zij het dan zelf maar aan de Pastoor moest vragen. De koe werd op stal gezet, de vrouw had schik in het beest en verzorgden haar goed, nu had ze wat te doen en in plaats van koffijpartijdtjes te houden en de buurt op te loopen was zij geduurig met de koe bezig, de koe gaf veel winst want het was een best beest, de vrouw werd spaarzaam nu ze zag dat zij ook wat kon verdienen en zoodoende werd er nog wat over gespaard en nog een koe gekocht en een stuk land en op het oogenblik is de koster een welgesteld man met een hele stal vee en veel gronden. Ook Hannes staat bij zijn vrouw seder dien tijd veel beter aangeschreven en behoeft nu nooit meer te hooren dat hij dom is, de vrouw kon nu haar schulden betalen en nog wat overhouden.
Zoodoende zijn er twee huishoudens gelukkig geworden met het gespaarde geld van de koster.

Onderwerp

AT 1643 - The Broken Image    AT 1643 - The Broken Image   

ATU 1643 - Money inside the Statue    ATU 1643 - Money inside the Statue   

Beschrijving

Een domme boer heeft een slimme vrouw, die alles regelt. Op een keer is zij echter ziek en moet de boer naar de markt om een koe te verkopen. De vrouw waarschuwt haar man voor kopers met veel praatjes, maar de boer verkoopt de koe zelfs aan niemand. Op de terugweg loopt hij een kerk binnen en daar ziet hij een heiligenbeeld met een varken. De boer denkt echter dat het een veekoopman zonder praatjes is. Hij probeert de koe te verkopen, maar het beeld zegt niets terug. Boos geworden slaat de boer het beeld om. Achter het beeld zit een zak met geld. De boer denkt nu dat de koop rond is en gaat naar huis. Zijn vrouw is trots op hem. Nu zijn ze uit de geldzorgen. In de kerk bemerkt de koster echter dat zijn spaarcentjes weg zijn. Hij neemt de koe noodgedwongen mee naar huis. Zijn vrouw, die daarvoor niets deed, behalve geld uitgeven, verzorgt de koe en verdient zelfs geld ermee. Nu gaat het zowel de koster als de domme broer goed.

Bron

Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)

Commentaar

1894
Gehoord in Helvoirt (Noord-Brabant).
The Broken Image

Naam Overig in Tekst

Sint Antonius    Sint Antonius   

Hannes    Hannes   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22