Hoofdtekst
Vroeger woonde aan de kerk in Voerendaal een zekere Snijders, deze was vroeger rentmeester van Rivieren. Voor deze woonde er Leclou en die had herberg. Daar woonde ook iemand die werkte op de hoeve Ten Driesch, achter Voerendaal. Als hij 's-avonds naar huis kwam, dan sprong aan de eerste haspel "der sjtoephond" op hem en dan moest hij hem dragen tot in Voerendaal. Vaker heeft hij geprobeerd hem mee naar binnen te krijgen maar dit is hem nooit gelukt.
Toen hebben de paters van Puth hem ingelicht. Zij hebben hem gevraagd of hij niks gedaan had wat hij meende dat niet mocht. Neen, van alles niets. Weet U wat U dan doen moet, zei de pater, eer ge aan het molentje komt maakt U de pijp aan, maar denk er om dat ge een nieuwe aansteekt als de ene uit is.
Dit had hij een avond gedaan en de hond had niet de macht gehad om op hem te springen, en hij was daarna ook niet meer gekomen.
---------------
Plaats van handeling: Voerendaal.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
SINSAG 0822 - Werwolf getroffen (geschlagen) nimmt wieder menschliche Gestalt an (und ist erlöst oder stirbt).   
SINSAG 0934 - Teufel lässt sich tragen.   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Rivieren: kasteel in Klimmen
Naam Overig in Tekst
Snijders   
Rivieren   
Leclou   
Ten Driesch   
Naam Locatie in Tekst
Puth   
Voerendaal   
Plaats van Handelen
Voerendaal   
