Hoofdtekst
Er was eens een kleermaker in Beek (L), X genaamd.
Toen ging ik in Beek op school. Ik ging 's-middags niet naar huis want dat was te ver van school vandaan. Ik bleef toen bij die kleermaker over en at bij hem de boterhammen op.
Ja, die man kon vertellen, dagenlang als het moest.
Hij vertelde ons eens van een man die was ook op reis geweest en toen had hij om slaapgelegenheid gevraagd, dat was ook in St. Jans-Geleen, op het kasteel daar. En toen hadden ze hem een kamer gegeven helemaal boven, onder de pannen.
En plotseling, om een uur of twaalf, zegt hij, kwam iets om het bed heen en overal, en ik had angst, zegt hij. Dat was iets dat wriemmelde overal langs me heen, zegt hij. En opeens, was 't net alsof er een lichtje aanging en toen kwam er een steen vrij in de muur, zegt hij. En die steen, toen die uit die muur ging, zag ik daar een hele hoop geld inliggen, zegt hij. Dat hadden ze daar verstopt, zegt hij.
Ja, zegt hij, toen dacht ik de andere dag toen ik wakker werd en alles weer rustig was, nu moet je toch maar eens gaan kijken, hè. En hij nam zich een gedeelte van dat geld mee, maar hij had niet gedacht dat hij er kwaad bij kon doen. En nu hij dan thuis was, had hij dat geld bij zich, had niks tegen zijn vrouw gezegd, hè, en had dat geld verstopt.......
Hij kon niet slapen, hij moest altijd uit bed,....
En was hij nauwelijks weer in bed, dan ging hij weer naar dat geld kijken of het daar nog lag.
Maar dat was dat niet, het geld zat op hem!
Toen had hij toen gedacht, gooi 't maar weg dan ben je het kwijt. Maar de andere dag had hij het weer in zijn zak, hè. Hij raakte het niet kwijt. En toen had hij een voornemen gemaakt, om daar heen te gaan en het weer op de plaats te leggen waar hij het gekregen had, dan raakte hij het misschien kwijt, hè.
Ja, zo gezegd, zo gedaan.
Hij ging op pad. Kwam daar aan en probeerde boven te komen. Maar hij viel altijd de trap af. Was hij weer een eindje omhoog dan struikelde hij en lag beneden, hij kon maar niet boven komen.
Ja, eindelijk dan, ik weet niet meer wat hij toen allemaal heeft gedaan, eindelijk was hij boven. En opeens, toen hij dan boven op de dinges was, hè, toen opende zich die verborgenis, dat nis, en toen viel dat geld er gewoonweg in, hè.
Toen was hij het kwijt en het gat was meteen dicht. Was het weer op dezelfde plaats terecht gekomen.
-------------------
plaats van handeling: St. Jans-Geleen
vraag opn. : dit verhaal hebt U uit de mond van de kleermaker?
antw. vert. : ja, hij had het zelf beleefd.
vraag opn. : o, dus geen derde?
antw. vert. : neen, die man was hij!
Toen ging ik in Beek op school. Ik ging 's-middags niet naar huis want dat was te ver van school vandaan. Ik bleef toen bij die kleermaker over en at bij hem de boterhammen op.
Ja, die man kon vertellen, dagenlang als het moest.
Hij vertelde ons eens van een man die was ook op reis geweest en toen had hij om slaapgelegenheid gevraagd, dat was ook in St. Jans-Geleen, op het kasteel daar. En toen hadden ze hem een kamer gegeven helemaal boven, onder de pannen.
En plotseling, om een uur of twaalf, zegt hij, kwam iets om het bed heen en overal, en ik had angst, zegt hij. Dat was iets dat wriemmelde overal langs me heen, zegt hij. En opeens, was 't net alsof er een lichtje aanging en toen kwam er een steen vrij in de muur, zegt hij. En die steen, toen die uit die muur ging, zag ik daar een hele hoop geld inliggen, zegt hij. Dat hadden ze daar verstopt, zegt hij.
Ja, zegt hij, toen dacht ik de andere dag toen ik wakker werd en alles weer rustig was, nu moet je toch maar eens gaan kijken, hè. En hij nam zich een gedeelte van dat geld mee, maar hij had niet gedacht dat hij er kwaad bij kon doen. En nu hij dan thuis was, had hij dat geld bij zich, had niks tegen zijn vrouw gezegd, hè, en had dat geld verstopt.......
Hij kon niet slapen, hij moest altijd uit bed,....
En was hij nauwelijks weer in bed, dan ging hij weer naar dat geld kijken of het daar nog lag.
Maar dat was dat niet, het geld zat op hem!
Toen had hij toen gedacht, gooi 't maar weg dan ben je het kwijt. Maar de andere dag had hij het weer in zijn zak, hè. Hij raakte het niet kwijt. En toen had hij een voornemen gemaakt, om daar heen te gaan en het weer op de plaats te leggen waar hij het gekregen had, dan raakte hij het misschien kwijt, hè.
Ja, zo gezegd, zo gedaan.
Hij ging op pad. Kwam daar aan en probeerde boven te komen. Maar hij viel altijd de trap af. Was hij weer een eindje omhoog dan struikelde hij en lag beneden, hij kon maar niet boven komen.
Ja, eindelijk dan, ik weet niet meer wat hij toen allemaal heeft gedaan, eindelijk was hij boven. En opeens, toen hij dan boven op de dinges was, hè, toen opende zich die verborgenis, dat nis, en toen viel dat geld er gewoonweg in, hè.
Toen was hij het kwijt en het gat was meteen dicht. Was het weer op dezelfde plaats terecht gekomen.
-------------------
plaats van handeling: St. Jans-Geleen
vraag opn. : dit verhaal hebt U uit de mond van de kleermaker?
antw. vert. : ja, hij had het zelf beleefd.
vraag opn. : o, dus geen derde?
antw. vert. : neen, die man was hij!
Beschrijving
Om middernacht komt in kamer steen uit de muur waarachter veel geld ligt. Man neemt deel mee, maar kan er niet gelukkig mee worden en kan het niet kwijtraken. Hij besluit het geld terug te brengen. Met moeite komt hij weer in de kamer, de nis opent zich en valt het geld in de nis.
Bron
Collectie Brouwers, verslag 12, verhaal 3 (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
Brouwers: m.n. 53
Naam Overig in Tekst
X.   
Naam Locatie in Tekst
Beek   
St. Jans-Geleen   
St. Jansgeleen   
Plaats van Handelen
St. Jans-Geleen   
