Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BROUWERS002701

Een sage (mondeling), woensdag 01 december 1965

Hoofdtekst

Een "hallefe" is, zoals U weet, een boer die de landerijen bewerkt, die het eigendom zijn van een Heer en die dan de opbrengst van dat land met die Heer moet delen.
Rogér was reeds achteraan in de twintig en nog altijd vrijgezel.
Het was een goeie boer, hij werkte hard en hij kon ook goed met de knechten en meiden opschieten. Af en toe ging hij er eens voor een dag er tussen uit, naar Maastricht of naar Luik, waar hij dan de grote heer ging uithangen. Tijdens een van die reizen kwam hij in Luik in contact met een stadse juffrouw die in Maastricht woonde, maar die in Luik een, wel echt vrouwelijk, maar niet zo brave commerce dreef. Germain, zo heette die dame, wist het zo te spelen, dat Rogér tot over de oren verliefd op haar werd. En een paar maanden later trouwden ze in Luik voor de wet, en Rogér bracht zijn stadse juffrouw als vrouw mee naar Schimmert.
De eerste tijd ging alles goed, Rogér echt trots op zijn vrouw, ofschoon ze boe noch ba van de boerderij afwist. Ze verveelde zich dan ook al gauw op de boerderij. Zo gebeurde het, dat als Rogér op 't land aan het werk was, zijn vrouw bezoek ontving van vreemde heren uit de stad. Als Rogér dan soms onverwachts thuis kwam, dan sprak Germain waals met die mannen en waar Rogér geen woord van verstond. Dat gaf dan achteraf ruzie tussen man en vrouw en dan soms niet zo zuinig.
Dat kon natuurlijk zo niet blijven en toen Rogér op een avond thuis kwam, toen was Germain met al haar hebben en houden vertrokken en niemand wist waar naar toe.
Vanaf die tijd werd Rogér een ander mens. Vroeger opgeruimd en lustig, was hij nu zuur en lastig geworden en voor de kleinste kleinigheid schold hij op z'n personeel.
Dat ging zo een heel jaar door, tot op een goeie dag en daar kwam Germain weer opdagen. Ze huilde en smeekte ellenlange vergiffenissen en vroeg of ze asjeblief weer kon terugkeren op de boerderij.
Maar Rogér wilde haar niet vergeven en zette haar zonder veel kapsones buiten de deur; ze moest maar weer gaan waar ze vandaan kwam.
Daarna werd Rogér nog nukkiger dan hij reeds was en hij probeerde zijn woede te bedwingen door heel hard te werken.
In 't voorjaar, toen de tarwe ging bloeien, was hij aan " 't Heulentèèrke" een hele dag bezig geweest, om de roggearen uit de tarwe te slaan. Daarvoor had hij het mes van de zeis aan een stok, steel gefabriceerd en zwaaide daarmee boven de tarwe.
De nacht daarop had hij een heel akelige droom. Hij droomde dat hij met zijn tuig aan 't zwaaien was en toen rees plotseling de gestalte van Germain uit de tarwe omhoog. Hij probeerde nog de zwaai tegen te houden, maar, hij trof zijn gewezen vrouw in de hals en haar hoofd rolde voor zijn voeten.
Kletsnat van zweet en met een rilling over zijn hele huid werd hij wakker, en nadat hij wat bijgekomen was, was hij toch maar zeer blij dat het hier slechts om een droom ging en niet echt was gebeurd. Want ondanks alles, hield hij nog steeds van zijn stadse Germain.
De dag erna kreeg Rogér bezoek van een heer uit Maastricht en die vertelde hem dat Germain de vorige nacht verongelukt was. Zij had met een van haar klanten een uitstapje naar België gemaakt. Laat in de nacht kwamen ze met 'n rijtuig terug. Zij droeg een wijde losse mantel, fladderend en wapperend in de wind.
Tussen Smeermaas en Maastricht bleef de punt van haar mantel in 't wiel van het rijtuig vasthangen, zij werd uit het rijtuig getrokken, kwam voor het wiel terecht en de smalle ijzeren band ging haar over de hals en snee haar kop van de romp.
Voor Rogér, die nog niet helemaal bij was van de akeligen droom van de vorige nacht, was dit bericht als een zweepslag recht in het gezicht. Hij liet het lijk van zijn gewezen vrouw naar Schimmert brengen en daar is het ergens in ongezegende, ongewijde grond begraven, omdat de pastoor haar niet op het gewone kerkhof hebben wilde.
Dat alles is reeds lang, heel lang geleden gebeurd. Rogér en zijn familie is gestorven en uitgestorven. Van een ander familie die op die boerenhof zijn gaan wonen toen, is ook niemand meer van over. De boerderij is langzaam vervallen en later afgebroken. Zelfs weet niemand meer waar die hof precies gestaan heeft.
Maar Germain heeft blijkbaar geen rust in 't graf kunnen vinden.
"Als U...."
Als U nu van Printhagen naar Schimmert gaat, neem dan liever de grote weg over de Gieseberg, want als U over 't Heulentèèrke gaat en het zou al duister zijn, dan verschijnt U daar een juffer in 't wit, met uitgespreidde armen, maar zonder hoofd. En dat betekent ongeluk! En hiervoor is, ook nu nog, niemand behebt om een "rendez vous" met "de juffer zonder kop".
------------

plaats van handeling: Schimmert

Onderwerp

SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.    SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   

SINSAG 0311 - Weisse Frau ist eine zurückgekehrte Tote.    SINSAG 0311 - Weisse Frau ist eine zurückgekehrte Tote.   

Beschrijving

Dag na droom van man dat hij met de zeis het hoofd van zijn gewezen vrouw afsnijdt, krijgt hij bericht dat ze is verongelukt. De vrouw in witte kleding en zonder hoofd spookt na haar begrafenis in ongewijde grond rond.

Bron

Collectie Brouwers, verslag 27, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)

Naam Overig in Tekst

Vawershofsteeg    Vawershofsteeg   

Rogér    Rogér   

Germain    Germain   

Heulentèèrke    Heulentèèrke   

Printhagen    Printhagen   

Gieseberg    Gieseberg   

Naam Locatie in Tekst

Maastricht    Maastricht   

Luik    Luik   

Schimmert    Schimmert   

Smeermaas    Smeermaas   

Plaats van Handelen

Schimmert    Schimmert