Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

PGROOT07

Een personal narrative (mondeling), donderdag 28 november 1996

Hoofdtekst

G: meneer Groot
M: Theo Meder

M: "Ik grijp nog even terug op dat hooi waar u het over had. Dat hooi: had u zelf een hooiland, of kocht u dat op?"
G: "Nee. We hadden plusminus 30 hectare weiland, en van die 30 hectare werd de helft 's zomers gehooid. Daar werd dus hooi van gemaakt. Dat hooi werd opgeslagen in die hooiberg en dan hadden de koeien de hele winter hooi. Later werd dat gras, toen gingen ze dat gras conserveren met silo's. En nu wordt dat gras geconserveerd in zogenaamde rijkuilen - ik weet niet of u weet wat dat is? Hooi wordt er niet meer gemaakt door de boeren; weinig, er worden nog wel eens een paar baaltjes geperst. Maar de hoofdzaak... D'r wordt met het gebruik van kunstmest veel vroeger gemaaid: in mei wordt er gemaaid. En dat gras dat wordt op een plek zo groot als deze kamer, hoog drie keer zo lang, gereden gewoon op het weiland: daar ligt zo'n laag gras. D'r komt weer een wagen en die rijdt er bovenop; het zijn automatisch lossende wagens, die rijden gewoon met die lossers op die hoop. En er rijdt een trekker steeds over het gras heen, dat alle lucht eruit geperst wordt. Zo rijen ze een hele dag of een paar dagen door, en dan legt er een hoop bijna zo hoog als de zolder, waar steeds die trekker op gereden heb, zodat de lucht er goed uit is. Tijdens het rijen is er melasse toegevoegd, het afvalprodukt van de suikerfabriek. Die melasse is dus suikerhoudend. En waar is dat om? Als je gras inkuilen gaat in een silo of op zo'n hoop, dan ontwikkelen zich daar bacteriën. En dat zijn melkzuurbacteriën en boterzuurbacteriën. En als de boterzuurbacterie de overhand krijgt, dan is je gras slecht verteerbaar voor de koe en het gaat erg stinken. U heeft het misschien wel eens geroken hier en daar: een akelige stank van dat gras. Dat doet de boterzuurbacterie. De melkzuurbacterie daarentegen die maakt het gras zeer smakelijk. Dat suiker wat je met de melasse toevoegt, dat is dus voedsel voor de melkzuurbacterie. Die kan zich ontwikkelen. En waar de melkzuurbacterie zich ontwikkelt, kan de boterzuurbacterie niet leven. Vandaar dat toevoegen van die melasse. Als die hoop dan helemaal klaar is, alle lucht is eruit, dan wordt er een groot plastic kleed over die hele hoop gegooid, tot op de grond, grond op dat plastic, er kan geen lucht meer bij, en dat gras blijft (als het plastic niet stuk gaat) een paar jaar goed. En dat doet dan de keuterboer, dat is het ingekuilde gras. Dat deden ze eerst in silo's, betonnen silo's, maar dat is later eenvoudiger met die rijkuilen gedaan. Dus hooi wordt er weinig meer gemaakt."
M: "Dat zijn de moderne technieken. Maar hoe ging het met dat hooien?"
G: "In mijn jeugd was er alleen het hooi. En begin juni kwamen d'r twee Geldersen, twee grasmaaiers, en die maaiden met de zeis 15 hectare gras: 15 keer 10.000 m2! Dat is een oppervlakte! Met de zeis maaien. Die mensen die kwamen uit Putten, Harderwijk, Hierden, van de Veluwe, van de zandgrond. 't Waren meest kleine boertjes, een boertje met één , twee koeien, met een stukkie bouwgrond, een beetje rogge enzovoort. En in de zomertijd hadden ze tijd en dan gingen ze hier te grasmaaien. Ze werden hier genoemd: de Poepen. En waarom werden het Poepen genoemd? Omdat vroeger de grasmaaiers uit Duitsland kwamen. En dié werden Poepen genoemd. Die grasmaaiers uit Duitsland, die kwamen uit het noordwesten van Duitsland, in die hoek: West-Falen. En die mensen die maaiden, die gingen 's morgens om vier uur, gelijk met ons, het land in. En die kwamen 's avonds terug om acht uur, en dan hadden ze de hele dag gemaaid. In die tijd liep ik op school, en voor ik naar school ging, moest ik voor mijn moeder met een pot hete koffie achter het veld in - het was een half uur lopen. En dan kwam je bij die maaiers, en dan maakten ze van het afgemaaide gras zo'n dijkie, en dan gingen ze an de luwe kant zitten en dan gingen ze hun brood opeten, met een bak warme koffie waar m'n moeder voor zorgde. En 's middags dito. En 's avonds kwamen ze thuis en dan kookte m'n moeder een pan warme pap. En daar deden ze 't op. En 's zondags dan waren ze bij ons aan tafel, toen aten ze gewoon met de pot mee. Als je dat nou hoort, dan denk je: dat was toch onmenselijk? Dat mensen zó hard werkten, met amper een tijd om te rusten en te eten. Toen... Later, dat er machinaal gemaaid werd, had ik nog wel een Harderwijker hooier, die in de hooibouw vier of drie weken bij me was om te hooien. Die man heb elf jaar aan één stuk bij me gehooid. Ik betaalde 'm een goed loon. Daarom kwam 'ie ook daar uit Gelderland vandaan hierheen: om geld te verdienen. Twintig jaar geleden, toen hoorde ik: die hooier die was ziek geworden. Toen ben ik naar Harderwijk gegaan, naar z'n vrouw, en z'n vrouw die zegt: '(Eibert heette 'ie) Eibert ligt in 't ziekenhuis. Ga je mee naar 'm toe vanmiddag?' Dus ik zeg: 'Ik ga mee'. Ik ben met z'n vrouw meegegaan, en ik kom daar aan het ziekbed, en die man die was in de tachtig. Die lag daar met z'n Gelderse petje op in z'n bed in 't ziekenhuis. Hij zag me kommen: 'Ha Piet!' Hij herkende me direkt. Dat was wel een pluspunt, want z'n vrouw die zei: 'Als 'ie je nou maar kent'. Maar hij kende me. Hij had een paar broers bij 'm zitten, en toen kwam 'ie waarachtig nog... ging 'ie zitten in z'n bed en toen zei 'ie: 'Doar bin ik nou altijd henne weest om te moaien.' Daar ben ik nou altijd heen geweest om te maaien. 'En zijn moeder (dat was mijn moeder) dat was een bèst mens. Dan kwamen we in huus, en dan kregen we boterhammen met zuk dik koas d'r op. Bèste mensen!' Fijn als je dat hoort. En als je het verhaal hoort, dat die mensen zo hard werkten en bij die boeren in de stal op het stro sliepen... Als je dat nou hoort, dan denk je: het was onmenselijk. Mijn moeder lag op haar sterfbed, en toen was diezelfde hooier aan het bieten rooien in de Haarlemmermeer. Op zondagmiddag, daar komt 'ie anrijen hoor op z'n fiets. Daar komt 'ie vandaan naar de vrouw die ziek was. Toen stond 'ie an d'r bed te huilen. Zo'n waardering had 'ie nog voor dat mens. Dat zijn dingen, die vergeet je je leven niet meer."
M: "Dat zegt toch ook wel iets."
G: "Dat treft een mens. Dat was het boerenleven van toen. Die mensen die kwammen uit hun àrmoed in Gelderland hierheen om extra geld verdienen... Ja."
M: "Dokter Bakker, die is onder andere bij een veehouder geweest in Zuiderwoude, ik meen dat hij Jan Lof heette, en die zei: 'Ja, tegenwoordig komen die maaiers... dat zijn allemaal Geldersen. Die zijn wel slim. Maar die vroegere Bovenlanders, die uit Duitsland kwamen, dat waren stomme lui. Daar kon je mee lachen, want daar kon je allerlei dingen mee uithalen. Kent u nog van die verhalen over die domme Poepen?"
G: "Nee, daar weet ik niks van. Want ik heb ze niet gekend ook. Ik heb hier nooit een Duitse maaier gezien. Toen was het al in de tijd van de Geldersen. Allemaal Geldersen. Geldersen, de Achterhoek van Overijssel, daar kwamen ze ook wel eens vandaan, maar meest van de Veluwe. En ik heb zelf ook nog wel een paar nachten gelogeerd bij één van die hooiers. En dan sliep ik óók in hun stalletje, op de til noemden ze dat, boven de koeien: daar lag stro op en daar sliep ik dan op. Dat was dat ik een jaar of achttien was. Toen ging ik met twee kameraden tien dagen kamperen naar Limburg. In Arcen. We gingen op 't fietsie met de tent mee: Harderwijkerboot, overstekend naar Harderwijk, van Harderwijk naar Doornspijk, in Doornspijk hebben we geslapen bij die maaiers. Dat was... ik bedoel: we hadden een hele goede verstandhouding met de mensen die bij ons kwamen. De verstandhouding was prima. Zij kwamen, als het te pas kwam... als ze hier in de buurt kwamen, zouden ze zeker hier ankommen. En wij kwamen ook bij hun. Maar later werd er machinaal gemaaid, en hooibaal machines."
M: "Maar met de komst van die Geldersen, was het dus ook afgelopen met die verhaaltjes over domme Poepen?"
G: "Ja. Nee, ik heb geen verhalen van de Geldersen. D'r werd wel... De maaiers die kwamen om acht uur uit het veld vandaan, en wij - m'n broer en m'n zusters en wie bij ons thuis waren - hadden dus ook een hele dag gewerkt. En het is zomer en mooi weer, en dan zaten we mèt die Geldersen achter op het erf gezellig bij mekander. Een buurman d'r bij, en dan zat je gezellig te kletsen. En dan werden d'r wel bakken verteld en 't een of 't ander. Maar daar ken ik niet... Vooral niet van de Geldersen, nee. Die luisterden meer. Maar ik had een buurman, en die had nogal een veelbewogen leven. Die kwam ook nog wel eens een beetje scheef thuis. Die wist nog wel eens bakken te vertellen en dan zaten die Geldersen d'r ook bij. Dat was prachtig natuurlijk... Ja... Ons boerenleven was dus een zwaar leven, dat wil zeggen: lange werkdagen en zware arbeid. Uitgesproken zware arbeid. Dat hooi werd met de hand, dat wil zeggen met een hooivork, verwerkt. Dat kwam varend achter het huis aan op een - dat noemde je een koeboot: een boot van zes meter lang en zo [gebaart] breed. Die werd hoog opgeladen, dat kwam aan de wal. Dan werd het op twee draagstokken geladen. Eén man d'r voor en één man d'r achter: op twee stokken droegen we 't naar binnen. Dan stond het, laten we maar zeggen hier, in de stal. En als die hooiberg van beneden gelijk met de zolder was, dan moest het dus opgestoken worden naar de zolder, met een lange hooivork. Boven staat een man en die steekt het weer drie meter hoger. Want deze boerderij is twaalf meter hoog. Het ging tot boven an toe vol. Met zeven mensen werkte je dan, bij die boot, op de gang, op de zolder, daar is het weer drie meter hoog. Dan maakte je een gaatje in het hooi waar je staan kon, daar stond weer een man, met twee man boven die berg."
M: "En hoe kwam u dan aan die zeven man?"
G: "Die kon je krijgen, want we verrekten van de armoed. Mensen kon je genoeg krijgen. En weet je wat die verdienden? Die losse krachten? Kwartje, dertig cent per uur. In de crisisjaren! Daar spreek ik over. De jaren voor de oorlog, toen kon ik hier arbeiders krijgen voor dertig cent 't uur. Een ouwe man had ik vaak, die blij was dat 'ie ook nog wat doen kon, die had een kwartje. Maar dertig cent dat was de prijs. Dan ging ik wel naar de winkel en ik haalde een pakkie sigaretten voor 15 cent. En als ik uitging met m'n kameraden, dan permitteerden we het dat we sigaretten rookten van een cent. Dan kocht ik een pakkie Turmac van 20 cent 't pakkie: 20 Turmac-sigaretten, 20 cent. En als ik later een meissie kreeg, dan kocht ik een pakkie Miss Blanche Ladies voor 60 cent de twintig. En dan ging je als heer uit."

Beschrijving

Van de dertig hectare weiland werd de helft in de zomer gemaaid om hooi van te maken, zodat de koeien de hele winter te eten hadden. In de zomer kwamen er keuterboeren uit Gelderland om zich te verhuren als maaier. Het gras werd nog met de zeis gemaaid. Ze werden naar de oude Duitse maaiers nog Poepen genoemd. De verteller bracht als schooljongen in de zomer dan koffie naar de maaiers in het land. De maaiers sliepen 's nachts in de stal op het stro. Extra mensen werden ingehuurd als het hooi van het land op de koeboot naar de boerderij moest en de hooiberg op. Het werk was zwaar, de werkdagen waren lang en de leefomstandigheden waren sober. Niettemin bestond er altijd een goede verstandhouding tussen de boeren en de maaiers. De verteller kent geen verhalen over domme Poepen. Op de zomeravonden werd er wel veel gepraat en werden er verhaaltjes verteld (vooral door de buurman) - de maaiers waren stille mensen die vooral luisterden.

Bron

n.v.t. (interview, band archief Meertens Instituut)

Commentaar

28 november 1996

Naam Overig in Tekst

Geldersen    Geldersen   

Poepen    Poepen   

Westfalen    Westfalen   

Eibert    Eibert   

Piet Groot    Piet Groot   

Cornelis Bakker    Cornelis Bakker   

Jan Lof    Jan Lof   

Bovenlanders    Bovenlanders   

Turmac    Turmac   

Miss Blanch Ladies    Miss Blanch Ladies   

Naam Locatie in Tekst

Gelderland    Gelderland   

Putten    Putten   

Harderwijk    Harderwijk   

Hierden    Hierden   

Veluwe    Veluwe   

Duitsland    Duitsland   

Haarlemmermeer    Haarlemmermeer   

Zuiderwoude    Zuiderwoude   

Achterhoek    Achterhoek   

Overijssel    Overijssel   

Limburg    Limburg   

Arcen    Arcen   

Harderwijk    Harderwijk   

Doornspijk    Doornspijk   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21