Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

PGROOT08

Een personal narrative (mondeling), donderdag 28 november 1996

169.jpg

Hoofdtekst

G: meneer Groot
M: Theo Meder

M: "U noemde zo'n boot van een meter of zes een koeboot. Dat betekende..."
G: "Waarom een koeboot?"
M: "Omdat er ook koeien mee vervoerd werden."
G: "Omdat er koeien mee gevaren werden. Die hebben een platte voorplecht, en hij liep zo schuin op. Dus je vaarde die boot met z'n voorplecht op dat lage land, zo het land op. D'r zitten van die slappe slodders zaten d'r an. Daar vaarde je die boot op, en dan kon je zo die koeien over die plecht in de boot... De zijkant van de boot, op die roemen noem je dat, die spanten, daar zit een kram in en in elke kram kon je de koe vastzetten. En zo kon het gebeuren dat er tien koeien in zo'n boot stonden. En die werden dan gevaren naar een ander stuk weiland. Dat was de koeboot."
M: "En dan ging je met zo'n vaarstok afzetten?"
G: "Dat noemde je een kloet. Kloeten. En een dreilboom, dat is ook een kloet, maar dan effe langer, effe sterker, effe dikker an 't end. Dit is de boot: dat is voor, dat is achter, hij liep op de kloet uit, achter was 'ie plat. En hier had je twee rollen die staken zo ver boven de boot uit. Aan deze kant één, en aan die kant één. Dan stak je die vaarboom zo achter die beneden, en voor die, dan loopt 'ie vast, en dan liep je hier op het land, en dan duwde je met die dreilboom. Die schuit lag in een ringsloot en dan moest je een gedeelte rechtuit, en op die manier dreilde je (dat noemde je dreilen) de boot. Maar zo ging ook de mest op 't land. De mest die uit die boerderij van die dertig koeien gereden werd, dat werd in zo'n koeboot gereden, en met twee, drie dagen was die boot afgeladen vol. Dan had je nog zo'n beetje boord, dat de golfies d'r over gingen. En daar vaarde je mee naar het land, en dan moest je die boot het land op schieten, die mest. En dat was uitgesproken zwaar werk."
M: "Ja, dat geloof ik."
G: "En ik had een vaste arbeider in die crisisjaren en dat was een man van Staphorst. Een sterke kerel. En ik ben bepaald oersterk van inhoud, maar ik heb niet zulke spierballen, ik heb erg lichte botten, dus ik was lang niet zo sterk als die man. Dan moest je die boot leeggooien. En als je dan zo'n schop in je hand hebt... zo, de ene hand onder en de ander boven. 't Ken ook andersom, dan ben je links, of rechts. Nou had ik het grote geluk, ik was rechts en hij was links. Dus ik kon achter in die boot en hij stond voor in die boot. Dan kun je naar mekaar toe die boot leegwerken. Maar nou werkte ik me eigen 't mikmak om ook me portie te doen, want ik wou niet minder doen as hij. Dat zat er in. Maar dat was echt zwaar werk. Ook dat hooi, ook die mest. Dertig hectare land, verdeeld over twintig percelen - 't zijn allemaal kleine percelen hier van een hectare, anderhalf hectare, minder as een hectare, allemaal sloten erom. Al die sloten moeten, alle kanten, met een snijmes afgesneden worden, de zoden eruit getrokken en het kroos uit de sloot. Dat à dertig hectare. De helft ervan moest elk jaar gebaggerd worden met een baggervlegel. Allemaal eigen werk, zwaar werk."
M: "Anders kwam je niet meer met de bootjes door de sloot."
G: "En buiten dat: later zat ik zelf in 't waterschap. Het waterschap houdt schouw over die sloten en je moést die sloot op peil houden. Deed je dat niet, dan werd het voor je gedaan, op kosten van... Later was ik zelf dijkgraaf, en in Den Ilp, daar zat een boer, en die zei: 'Je ken me de pot op'. Die liet het zitten. Toen heb ik hem drie keer gewaarschuwd: 'Man, weet wat je doet! Want het is vechten tegen de bierkaai. Je loopt het op. Je hebt de plicht via de keur om die sloot op diepte te houden.' Hij dee 't niet. Toen is daar een loonwerker heengegaan en die heeft die sloot opgeknapt. Maar hij vertikte het, om te betalen, dus dat werd een rechtszaak. In hoogsteigen persoon als dijkgraaf ben ik naar de Prinsengracht geweest, naar 't gerechtshof, met die boer, die had een advocaat. Ik was m'n eigen advocaat. Hij had een advocaat, dat was... Wolf de Beer heette 'ie! Prachtig. Wolf de Beer. Ik weet niet of dat nog een jodenman was. 't Ken best wezen, hoor. Maarre... ik wil zeggen: dat moest gebeuren. Maar zwaar werk, zwaar werk! Al dat land. In ieder perceel liggen vier, vijf greppels. En die greppels werden met de hand gesneden en de grond eruit gegooid. De grond moest weer verwerkt worden. Die mest, die je naar het land brengt, die moet weer met een paard en wagen over het land gereden worden. Omwijd gegooid. Allemaal handwerk. Daar gaat een mens niet aan kapot. Ik heb het dus mijn leven lang gedaan. Daar ga je niet aan kapot. Waar je wèl aan kapot zou gaan, dat zal ik ook nog even vertellen. Ik heb u verteld: ik ben dijkgraaf geworden. Dat ben ik twaalf jaar geweest. Toen ben ik naar onze toenmalige dokter gegaan. Dat was dokter Den Hartog, de bekende zeezeiler."
M: "Ja!"
G: "Ja, dat is nou nog m'n grote vriend. Hij woont in Hindelopen, en een maand geleden is 'ie met zijn vrouw nog bij ons geweest. Z'n boot heb 'ie verkocht, tussen twee haakjes. Maar, toen ging ik naar Kees den Hartog. Ik zeg: 'Ik wil een doktersverklaring van u, dat het medisch gezien beter is dat ik stop met dijkgraaf zijn.' En dat moest ik aan Hare Majesteit de Koningin vragen. Dat gaat via de Kroon. Dat ik heb een brief van onze dokter meegekregen; die brief heb ik naar Hare Majesteit gestuurd, en toen ben ik eervol ontslagen van de functie van dijkgraaf. Want daaran had ik kapot gegaan. Mijn vrouw zei indertijd: 'Jongen, je ken niet zo lang op je tenen staan. Dat houdt een mens niet vol.' En ik moest op m'n tenen staan om te zorgen dat ik m'n taak goed deed. En ik wou die taak wel doen, maar wel goed, en anders niet. Dat is gebeurd. Toen heb ik dus ontslag aangevraagd, en gekregen. Waar ik altijd blij om ben. Want als je boven je vermogen werk aanhaalt, dat is slecht. Maar ik denk dat ik teveel praat. U wil misschien andere dingen weten van me."

Beschrijving

Met een koeboot werden de koeien eens per jaar naar het weiland gebracht en weer naar de boerderij terug vervoerd. Alle percelen weiland zijn klein, dus de koeien moesten ook vaak per koeboot naar een ander weiland gebracht worden. De koeboot werd ook gebruikt om de mest van die winter naar het weiland te varen; de mest werd op de kant geschept, waarna de mest weer verder moest worden uitgereden met paard en wagen. De sloten moesten regelmatig onderhouden worden in verband met de bevaarbaarheid en het grondwaterpeil. Als een boer dit werk zelf weigerde te doen, stuurde het waterschap een arbeider om het te doen, en werd de rekening aan de boer gepresenteerd.

Bron

n.v.t. (interview, band archief Meertens Instituut)

Commentaar

28 november 1996

Naam Overig in Tekst

Den Ilp    Den Ilp   

Wolf de Beer    Wolf de Beer   

Kees den Hartog    Kees den Hartog   

Hare Majesteit de Koningin    Hare Majesteit de Koningin   

Naam Locatie in Tekst

Staphorst    Staphorst   

Prinsengracht [Amsterdam]    Prinsengracht [Amsterdam]   

Hindeloopen    Hindeloopen   

Kroon    Kroon   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21