Hoofdtekst
G: meneer Groot
M: Theo Meder
Mevr. G.: Mevrouw Groot
M: "Nee... Even kijken: nou, verhalen over het belezen van het vee, gebedsgenezing, over een meermin die opgevist wordt - dat zou dan meer in de buurt van Volendam zijn. Ook het bijgeloof in een watergeest. Hier met name bij al die watertjes, daar zou een soort Boeman of Okkerman of Krolleman..."
G: "Ja, dat is een feit. Dat werd ons vroeger bijgebracht."
M: "Wat vertelden ze dan?"
Mevr. G: "O ja."
G: "Hier achter de heg, daar liep vroeger een slootje. En dan zei m'n moeder: 'Niet bij het slootje komen, hoor, want daar zit de Okkerman in!'
Mevr. G: "Bij ons zeiden ze dan: de Krolleman. Daar zit de Krolleman in."
G: "Hier zeiden ze de Okkerman, en bij jullie zeiden ze de Krolleman. En dat was, ja, algemeen bekend. In 't water daar zat de..."
M: "En wat deed 'ie dan, als 'ie je te pakken kreeg?"
G: "Die pakte je."
M: "Die pakte je. En dan?"
Mevr. G: "Dan was je dood."
M: "Dan trok 'ie je het water in en dan verdronk je?"
G: "Ja."
M: "En doordat ze je daarmee bang maakten, zorgde je wel dat je uit de buurt van die sloot bleef?"
G: "Ja. Ja. Dat is natuurlijk... Als je later op school loopt en groot bent, dan kom je tot het besef, dat het flauwekul is. Maar als kind werd je dat wel bijgebracht. Dat Okkermanne verhaal, ja."
M: Theo Meder
Mevr. G.: Mevrouw Groot
M: "Nee... Even kijken: nou, verhalen over het belezen van het vee, gebedsgenezing, over een meermin die opgevist wordt - dat zou dan meer in de buurt van Volendam zijn. Ook het bijgeloof in een watergeest. Hier met name bij al die watertjes, daar zou een soort Boeman of Okkerman of Krolleman..."
G: "Ja, dat is een feit. Dat werd ons vroeger bijgebracht."
M: "Wat vertelden ze dan?"
Mevr. G: "O ja."
G: "Hier achter de heg, daar liep vroeger een slootje. En dan zei m'n moeder: 'Niet bij het slootje komen, hoor, want daar zit de Okkerman in!'
Mevr. G: "Bij ons zeiden ze dan: de Krolleman. Daar zit de Krolleman in."
G: "Hier zeiden ze de Okkerman, en bij jullie zeiden ze de Krolleman. En dat was, ja, algemeen bekend. In 't water daar zat de..."
M: "En wat deed 'ie dan, als 'ie je te pakken kreeg?"
G: "Die pakte je."
M: "Die pakte je. En dan?"
Mevr. G: "Dan was je dood."
M: "Dan trok 'ie je het water in en dan verdronk je?"
G: "Ja."
M: "En doordat ze je daarmee bang maakten, zorgde je wel dat je uit de buurt van die sloot bleef?"
G: "Ja. Ja. Dat is natuurlijk... Als je later op school loopt en groot bent, dan kom je tot het besef, dat het flauwekul is. Maar als kind werd je dat wel bijgebracht. Dat Okkermanne verhaal, ja."
Onderwerp
TM 3402 - De kinderschrik   
Beschrijving
Kinderen werden vroeger banggemaakt met de Krolleman of de Okkerman. De verteller mocht niet achter de heg bij het slootje komen van zijn moeder, want in het slootje zat de Okkerman. Die trok je in het water en dan verdronk je. Later besefte de verteller dat het onzin was.
Bron
n.v.t. (interview, band archief Meertens Instituut)
Commentaar
28 november 1996
De kinderschrik
Naam Overig in Tekst
Boeman   
Okkerman   
Krolleman   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
