Hoofdtekst
1. Er waren eens twee boerenzoons
Die in het veld gaan reizen
Die in het veld gaan reizen
In het veld gaan reizen.
2. Zij reisden daar zo'n hele dag
Todat zij bij haar eigen moeder kwam,
Ja, bij haar eigen moeder kwam,
Ja, bij haar eigen moeder kwam.
3. Zeg, moederlief, hebt gij een stal
Waar ik mijn paardje op zetten zal,
Waar hij nooit wordt gestolen,
Waar hij nooit wordt gestolen.
4. Ja, hier is wel een stalletje
Waar gij uw paardje opzetten zal,
Waar hij nooit wordt gestolen,
Waar hij nooit wordt gestolen.
5. Hij zette het paardje aan de dis.
De vrouw die heeft gebraden vis,
Ja, nooit zo'n vis gebraden,
Ja, nooit zo'n vis gebraden.
6. En toen het eten was gedaan,
Is hij naar zijn slaapkamer gegaan,
Daar lei hij rustig neder,
Daar lei hij rustig neder.
7. Het was nacht, het was nacht, het was middernacht,
Toen deze vrouw haar man aansprak:
Zullen wij die ruiter vermoorden?
Zullen wij die ruiter vermoorden?
8. Och neen, och neen, zo sprak de man,
Laat ons die ruiter reizen gaan,
Laat ons die ruiter maar reizen,
Laat ons die ruiter maar reizen.
9. De vrouw, die werd toen baldadig kwaad.
Zij greep een mes al uit de tafella
En stak hem in zijn harte,
En stak hem in zijn harte.
10. Zij sleepte hem al naar de kelder heen:
Hier zal voorware uw rustplaats zijn,
Verzwegen zult gij blijven,
Verzwegen zult gij blijven.
11. Verzwegen tot des morgens vroeg,
Toen zijn kameraadje vroeg:
Waar is mijn kameraad?
Waar is mijn kameraad?
12. Uw kameraadje is hier niet,
Die is voorwaar al in het veld verschiet,
Zowaar in het veld gaan reizen,
Zowaar in het veld gaan reizen.
13. En in het veld gaan reizen is hij niet.
Hij is voorwaar al in het veld verschiet,
Voorwaar al in dit huisje,
Voorwaar al in dit huisje.
14. Gij hebt hem toch geen leed gedaan?
Want het is uw eigen vlees en bloed,
Uw eigen zoon en broeder,
Uw eigen zoon en broeder.
15. De man die in de baren sprong,
De vrouw die zich al in de stal ophong.
Zo kost drie mensen het leven,
Zo kost drie mensen het leven.
Die in het veld gaan reizen
Die in het veld gaan reizen
In het veld gaan reizen.
2. Zij reisden daar zo'n hele dag
Todat zij bij haar eigen moeder kwam,
Ja, bij haar eigen moeder kwam,
Ja, bij haar eigen moeder kwam.
3. Zeg, moederlief, hebt gij een stal
Waar ik mijn paardje op zetten zal,
Waar hij nooit wordt gestolen,
Waar hij nooit wordt gestolen.
4. Ja, hier is wel een stalletje
Waar gij uw paardje opzetten zal,
Waar hij nooit wordt gestolen,
Waar hij nooit wordt gestolen.
5. Hij zette het paardje aan de dis.
De vrouw die heeft gebraden vis,
Ja, nooit zo'n vis gebraden,
Ja, nooit zo'n vis gebraden.
6. En toen het eten was gedaan,
Is hij naar zijn slaapkamer gegaan,
Daar lei hij rustig neder,
Daar lei hij rustig neder.
7. Het was nacht, het was nacht, het was middernacht,
Toen deze vrouw haar man aansprak:
Zullen wij die ruiter vermoorden?
Zullen wij die ruiter vermoorden?
8. Och neen, och neen, zo sprak de man,
Laat ons die ruiter reizen gaan,
Laat ons die ruiter maar reizen,
Laat ons die ruiter maar reizen.
9. De vrouw, die werd toen baldadig kwaad.
Zij greep een mes al uit de tafella
En stak hem in zijn harte,
En stak hem in zijn harte.
10. Zij sleepte hem al naar de kelder heen:
Hier zal voorware uw rustplaats zijn,
Verzwegen zult gij blijven,
Verzwegen zult gij blijven.
11. Verzwegen tot des morgens vroeg,
Toen zijn kameraadje vroeg:
Waar is mijn kameraad?
Waar is mijn kameraad?
12. Uw kameraadje is hier niet,
Die is voorwaar al in het veld verschiet,
Zowaar in het veld gaan reizen,
Zowaar in het veld gaan reizen.
13. En in het veld gaan reizen is hij niet.
Hij is voorwaar al in het veld verschiet,
Voorwaar al in dit huisje,
Voorwaar al in dit huisje.
14. Gij hebt hem toch geen leed gedaan?
Want het is uw eigen vlees en bloed,
Uw eigen zoon en broeder,
Uw eigen zoon en broeder.
15. De man die in de baren sprong,
De vrouw die zich al in de stal ophong.
Zo kost drie mensen het leven,
Zo kost drie mensen het leven.
Onderwerp
AT 0939A - Killing the Returned Soldier   
ATU 0939A - Killing the Returned Soldier.   
Beschrijving
Twee broers verlaten het ouderlijk huis. Jaren later keren zij terug, en de eerste vraagt onderdak en wordt door zijn ouders niet herkend. In de nacht wordt de 'vreemde ruiter' door de moeder vermoord. De volgende ochtend arriveert de broer, en maakt bekend dat de ouders hun eigen zoon hebben vermoord. De ouders plegen zelfmoord: de vader verdrinkt en de moeder hangt zich op in de stal.
Bron
Liedarchief Meertens Instituut
Commentaar
22 april 1967
Killing the Returned Soldier
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
