Hoofdtekst
Elke avond kwam een witte gedaante (een spook) in het achterhuis. Men wist niet, wat hij wilde en riep de dominee erbij. Deze kwam en ging voor de gedaante op zijn knieën zitten met een krijtje in de hand. Hij wees op een tegel en vroeg: "Is 't hier?" "Nee", knikte de gedaante. Wijzend op een volgende tegel, vroeg de predikant weer: "Is 't hier?" "Nee", knikte de gedaante. Ten derden male gevraagd: "Is 't hier?", knikte de gedaante: "Ja." Toen gaf de dominee met een kruis aan welke tegel het was en zei tegen de gedaante: "Ga nu maar heen, wij zullen 't zelf wel redden." De volgende morgen ging men onder die tegel graven en vond men er een kinderlijkje.
Beschrijving
Een witte gedaante spookt in het achterhuis. De dominee wordt erbij gehaald. Deze vraagt aan het spook welke tegel het is. Bij de derde tegel die de dominee aanwijst, knikt het spook. De volgende dag graven ze onder de tegel en vinden een kinderlijkje.
Bron
Volkskundevragenlijst 21 (1957), formulier K.28, archief Meertens Instituut
Commentaar
1957
Verhaal verteld samen met broer G. den Besten.
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22