Hoofdtekst
Spookkatten
In verband met spookkatten zal ik u een verhaaltje vertellen wat mij door een fantast als voor waar verteld werd. Dit verhaal moet gebeurd zijn ongeveer 70 jaar geleden, dus rond 1880-1890. De verteller vertelde mij dit op 60-jarige leeftijd en hij is nu reeds 15 jaar dood. Aldus de verteller: Op een late namiddag in de herfst, het liep al tegen donker, maakte ik een wandeling door de "Bruz" (een groep achter elkaar liggende weilanden). Zoals je weet, moet je om van het ene weiland naar het andere te komen door de "ztiegels" (een soort draaimolens die je al draaiende moet passeren). Bij de eerste twee ztiegels die ik passeerde gebeurde er niets, wel kraakten en piepten ze eigenaardig, net alsof er iets bijzonders aan de hand was. Trouwens, de hele sfeer was die avond een beetje onheilspellend. De lucht was zwavelgeel, met hier en daar wat rode koppen van de ondergaande zon. Onder het wandelen had ik al eens een paar keer achterom gekeken, want ik had net zo'n gevoel alsof er iemand achter me aan sloop. Maar ik zag toch eigenlijk niets. Maar toch mijn gevoel had mij niet bedrogen, want toen ik bij de derde ztiegel kwam om dit te passeren, zat op een van de ijzeren dwarsbalken een grote zwarte kater. Toen ik hem eraf wilde jagen om voorbij te komen, zette hij een hoge rug op en begon te blazen. Ik probeerde het met goede woorden, maar hij gaf geen krimp, toen ik hem wilde aaien, maar amper dat ik mijn hand naar hem uitstak, begon hij vervaarlijk met zijn ogen te rollen en het leek wel alsof er kleine vuurballetjes in hun kassen ronddraaiden. Maar hoe het ook zij, ik moest voorbij. Ik raapte al mijn moed bij elkaar, gaf hem een flinke mep zodat hij van het ztiegel tuimelde. Maar nauwelijks raakte hij de grond of hij veerde weer omhoog en sprong weer terug op het ztiegel, hij keek me woedend aan en zei: "Zo, kerel, dat moet je nu nog eens proberen." Hij zei nog meer, maar dat heb ik niet meer gehoord. Want toen die kat begon te spreken, heb ik mij omgedraaid en het op een lopen gezet. Gelopen, ik geloof heel mijn leven heb ik nog nooit zo hard gelopen. Toen ik even moest stoppen om weer op adem te komen, hoorde ik die kater in de verte lachen, lachen zoals alleen een duivel of een heks het kan en ik geloof vast en zeker dat die kater of een heks of de duivel zelf was.
In verband met spookkatten zal ik u een verhaaltje vertellen wat mij door een fantast als voor waar verteld werd. Dit verhaal moet gebeurd zijn ongeveer 70 jaar geleden, dus rond 1880-1890. De verteller vertelde mij dit op 60-jarige leeftijd en hij is nu reeds 15 jaar dood. Aldus de verteller: Op een late namiddag in de herfst, het liep al tegen donker, maakte ik een wandeling door de "Bruz" (een groep achter elkaar liggende weilanden). Zoals je weet, moet je om van het ene weiland naar het andere te komen door de "ztiegels" (een soort draaimolens die je al draaiende moet passeren). Bij de eerste twee ztiegels die ik passeerde gebeurde er niets, wel kraakten en piepten ze eigenaardig, net alsof er iets bijzonders aan de hand was. Trouwens, de hele sfeer was die avond een beetje onheilspellend. De lucht was zwavelgeel, met hier en daar wat rode koppen van de ondergaande zon. Onder het wandelen had ik al eens een paar keer achterom gekeken, want ik had net zo'n gevoel alsof er iemand achter me aan sloop. Maar ik zag toch eigenlijk niets. Maar toch mijn gevoel had mij niet bedrogen, want toen ik bij de derde ztiegel kwam om dit te passeren, zat op een van de ijzeren dwarsbalken een grote zwarte kater. Toen ik hem eraf wilde jagen om voorbij te komen, zette hij een hoge rug op en begon te blazen. Ik probeerde het met goede woorden, maar hij gaf geen krimp, toen ik hem wilde aaien, maar amper dat ik mijn hand naar hem uitstak, begon hij vervaarlijk met zijn ogen te rollen en het leek wel alsof er kleine vuurballetjes in hun kassen ronddraaiden. Maar hoe het ook zij, ik moest voorbij. Ik raapte al mijn moed bij elkaar, gaf hem een flinke mep zodat hij van het ztiegel tuimelde. Maar nauwelijks raakte hij de grond of hij veerde weer omhoog en sprong weer terug op het ztiegel, hij keek me woedend aan en zei: "Zo, kerel, dat moet je nu nog eens proberen." Hij zei nog meer, maar dat heb ik niet meer gehoord. Want toen die kat begon te spreken, heb ik mij omgedraaid en het op een lopen gezet. Gelopen, ik geloof heel mijn leven heb ik nog nooit zo hard gelopen. Toen ik even moest stoppen om weer op adem te komen, hoorde ik die kater in de verte lachen, lachen zoals alleen een duivel of een heks het kan en ik geloof vast en zeker dat die kater of een heks of de duivel zelf was.
Onderwerp
SINSAG 0945 - Andere Begegnungen mit dem Teufel.   
SINSAG 0601 - Die sprechende Katze   
Beschrijving
Man slaat zwarte kater op een hek die hem de weg verspert, waarop de kater zegt dat hij het nog eens moet proberen. De man hoort de kat ook lachen, en meent dat het een heks of duivel moet zijn geweest.
Bron
Volkskundevragenlijst 21 (1957), formulier Q.222, archief Meertens Instituut
Motief
G303.3.3.1.2 - Devil in form of a cat.   
Plaats van Handelen
Vaals   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
