Hoofdtekst
En ik heb dus een eigen centrum, Oasis, in België en daar heb ik nu de volgende week vrijdag weer een week-eind. Dat heb ik zo af en toe, hè, dan organiseer ik dat. Het is een heel oud huis in een grote tuin in een natuurreservaat, en het is helemaal stil en helemaal natuur.
Yv/Mi: Heerlijk...Oh...
Me: En iedereen kan daar komen en dan doen we allemaal prettige dingen en ik vertel daarvan. De zaterdagmorgen ga ik altijd wandelen met de mensen, en dan vertel ik van elke boom iets, en alles wat daar zo is, hè?
Mi: Zouden we daar een keer mee naar toe willen, eh, kunnen? Want ik zou daar heel graag een keer bij willen zijn...Ja... Doet u toevallig ook wat met die feestavond van die elfen? Daar misschien?
Me: Nou, er zijn waarschijnlijk teveel mensen die daar nog niet horen...
Yv: Aha...
Me: Dat kan ik ze niet aan doen.
Mi: Oh ja...
Me: Ik vertel er wel van, en wie 's nachts wil opstaan en in die tuin lopen en heel eerbiedig zijn, die kan dat doen. Het is een tuin vol met dieren, wilde dieren dus, en dat is zo gezellig. Er zijn een heleboel konijntjes en een heleboel soorten vogels en een ree loopt af en toe zo opeens door die tuin. Eekhoorntjes, dat allemaal. Maar je merkt aan de mensen dat ze er niet zo intiem mee zijn als ik. Ik heb, ja, voor alles een vriendschappelijk gevoel. Bijvoorbeeld, ik heb daar een provisiekast en wij dachten: die gaat op slot en daar komt mevrouw Muis niet in - want die muis die zie je daar wel eens. En dan kom ik na een tijd terug, en dan is er niemand geweest, en dan zijn de dieren daar weer helemaal onder elkaar, hè? Dan merk ik dat mevrouw Muis toch kans heeft gezien in die provisie kast te komen, ergens door een reetje of een gaatje. En, toen vond ik het zo aardig, zoals ze van verschillende voorraden - na het karton kapot geknaagd te hebben - ehm, wat genomen had en wat haar beviel dat had zij weer ergens op een stukje plastic bij elkaar gelegd, dat was haar voorraadkast.
Mi/Yv:Ha, ha, ha, ha, ha, ha,...
Me: Wat havermoutvlokjes en wat rozijntjes en wat linzen enzo. En dan ga ik dat beest toch geen kwaad doen. Ze heeft ook een gezin, hè! Moet ze zorgen dat ze allemaal te eten hebben, en zo zijn we daar heel vriendschappelijk. Tenminste, ik ben vriendschappelijk en dat leef ik ze voor, dus als ik er ben, durft niemand kwaad te doen. Dan moet je het maar niet erg vinden als er eens ergens iets loopt.
Daardoor is het er zo goed van sfeer, maar het is ook een heilige plek. Ik had twintig jaar gezocht naar een eigen conferentieoord, hè? Dus een huis dat daar geschikt voor was. Want ik gaf altijd al conferenties, vier keer in het jaar in elk geval, op de hoekpunten van het jaar. Ik heb een boek geschreven: Het Levensritme, daarin vertel ik over die hoekpunten enzo, waar dus de feesten op liggen. En, dan moest ik altijd wat huren en er zijn wel geschikte, maar dan kom je daar, dan is dat toch een vreemde sfeer, en dan moet je in de loop van die twee en een halve dag dat doordringen, en op het eind, ja, dan is het een beetje van jezelf, maar dan moet je net weg! Dus ik wou zou graag iets van mezelf hebben, wat zo bleef. En ik had in het zuiden gezocht, in het zuiden van Duitsland, Oostenrijk en Frankrijk, want ik had graag een lekker klimaat erbij en vooral Zuid-Zwitserland - daar heb ik een plek gevonden, die is dus net als daar en net als Blaricum waar ik geboren ben, en het was maar nooit gelukt. Soms was het bijna voor elkaar en dan was dan het hele contract gemaakt, en dan had ik alles al vertaald en dan opeens: nee, ze verkochten het toch maar niet.
Yv/Mi: Oh, Oh...
Me: Dan zit je soms met een heleboel erfgenamen, allemaal... zeven kinderen die er gewoond hebben, die moeten het allemaal goed vinden, dus, een heel gedoe. En toen dacht ik: ja, ik verlang zeker te veel. En toen kwam ik eens op bezoek bij kennissen in België die in die streek van Kalmthout waren komen wonen, en ik dacht: "Ja, hier is het ook wel heerlijk". En ieder jaar hield ik een toernee in België, in mei, en dan ging ik met de trein daarheen, naar Antwerpen, en dan kwam ik door die bosrijke streek, waar je dan hier en daar zo'n huis in het bos ziet liggen, en dan dacht ik: "Nou, hier is het zo kwaad niet om te wonen!" En toen zei ik tegen hun: "Nou, let eens op of er wat te koop komt." En ze zijn naar een makelaar gegaan, en die kwam een eerste keer, toen had hij drie objecten. En het was, mja, niet geschikt. Nou, hij zou nog wel verder opletten. Kwam 'ie nog eens met drie objecten. Het eerste was niks, paste niet. Het tweede was ook helemaal niet prettig van sfeer. Toen zei 'ie: "Heb ik nog iets in het natuurreservaat, de Kalmthoutse heide". Dat is heide en vennen en dennebos, en paadjes d'r door. En we gaan daar heen, en dan kom je door een van die twee hekken, en dan ga je door een klein laantje en dan zie je daar voor je liggen, dat vriendelijke huis met die eeuwenoude eiken daarachter, die het beschermen. En, nou, dat was liefde op het eerste gezicht, hè? "Dat is het", dacht ik. Ik heb het halsoverkop gekocht.
En het is oud, en èh, niet zo keurig als een modern nieuw huis, maar daardoor zo intiem en zo vriendelijk, en ruim. En daar kan men dan slapen, niet allemaal alleen. Desnoods als er weinig mensen zijn en iemand er vreselijk op gesteld is, dan kan ik dat wel eens zo schikken, maar anders moet je maar met een ander. En daar is wel alle moderne gemak: wasbakken en een douche en een bad en stromend water overal enzovoort. En centrale verwarming, wat er eigenlijk niet hoort. Er is ook een open haard die we dan 's avonds aansteken, maar d'r is een heerlijk zonneterras waar we de hele dag zitten en dan gaat de zon zo aan ons voorbij, maakt aldoor andere schaduwen, andere figuren op dat grasveld voor ons waar een hele singel van hoge bomen omheen staat. Allerlei bomen, waardoor het zo gevarieerd is, en al die dieren die daar tussen krioelen, dat je kan daar maar zitten en zalig zijn.
En dan spreek ik over een zeker onderwerp, wat heel ruim, en iedereen kan mee praten, en vragen stellen enzo. En nu spreek ik dus over de wereldtoestand - daar heb ik dus wel meer over gesproken, want het is erg belangrijk wat er allemaal gebeurt, en wat niet in de krant staat, de fijnere dingen. En, dan kan iedereen ook meepraten. En dan doen we op dat grote grasveld, als het enigszins weer is, volksdansen en dan vertel ik wat dat betekent. En van die kinderspelen - daar heb ik ook een boek over geschreven - de symboliek van de kinderspelen die, toen ik klein was, nog algemeen gedaan werden. En nu zowat uitgestorven zijn. Die heb ik nog net kunnen redden. En zo meer. Ik vertel ook wel eens een sprookje, soms spelen we een sprookje. En iedereen kan verder wandelen iedere middag. We eten dan 's middags warm om een uur, en van twee tot vier kan iedereen doen waar 'ie zin in heeft en gaan een heleboel op de hei wandelen. Maar je kan ook gaan slapen, of gaan mediteren of praten of wat dan ook. Niemand hoeft aan iets mee te doen.
's Morgens vroeg dan loop ik om het huis en dan zing ik ochtendliederen om de mensen wakker te maken en dan hebben ze een half uur om hun toilet te maken en als ze dan beneden komen om acht uur, dan doen we lichaamsoefeningen buiten en dan vertel ik ook waar het voor dient, hoe het werkt, hè? Ik wil nooit dat mensen zomaar iets doen, nee, je moet weten wat je aan jezelf doet. En, heel veel zingen we.
Yv/Mi: Leuk...Ja...Fantastisch...
Me: Het is, het is verukkelijk. Ik word daar altijd heel voor bedankt. Maar, het is zo kort natuurlijk, hè? Het begint vrijdagavond en zondagmiddag om vijf uur is het afscheid. Maar ja, mensen die werken die kunnen niet anders. Je kan er met de trein, of met een auto, dat is makkelijker, komen.
Mi: Huh, huh, makkelijker voor ons? Ha, ha, ha, ha...We hebben er twee uur over gedaan om hier te komen.
Me: En dan zeg ik je precies de route.
Mi: Wat moet je daar voor doen om daar te mogen komen? Is het voor iedereen toegankelijk?
Me: Ja, maar je moet het wel van tevoren afspreken. Ik moet weten voor hoeveel mensen ik eten in huis moet nemen. Ik kook zelf, vegetarisch.
Yv: Oh, kunnen we een keer bellen, dat we op visite komen?
Me: Ja, het is nu de volgende week al en ik ga woensdag al weg, want dan moet ik op een andere plaats in België ook spreken over die druïden. En die brengen me daar dan heen.
Mi/Yv: Dan kunnen we beter een andere keer doen. Ja, een andere keer. Zodat we het kunnen plannen.Ja, graag.
Me: En zowat - dit jaar - zowat eens in de maand. In de zomer, tot november.
Yv: En is dat nog een bepaald weekend van de maand, aan het begin of aan het einde?
me: Nee, uh, want ik zoek het in het sterreboekje op dat het een gunstige dag is. En ik wil niet, zoals ik verleden jaar deed, een heel program vantevoren maken. Dat gaf ik dan in januari al aan wie dat interesseerde, met al de data en de onderwerpen, want dan zit ik daar aan vast...
Mi/Yv: Ja, Ja,...
Me: ...en ik wil spreken zoals dat moment meebrengt, wat dan nodig gezegd moet worden en waar ik van vervuld ben en wat ik, om zo te zeggen, de opdracht krijg om te zeggen.
Mi: Ja...Van wie voelt u dan dat u die opdracht krijgt?
Me: Nou, dus in mijn blad, de Kaarsvlam, dat blad, daar kun je je op abonneren, staat telkens wanneer de volgende keer is, of meestal de twee volgende keren, dat je de tijd hebt om het uit te zoeken en op te geven. Daar staan dus ook allerlei artikelen in over de aetherische wezens en al dat.
Yv: Daar gaan we ons hier ook op abonneren, ha, ha.
Mi: Dat dacht ik wel ja.
Me: Dat is ook weleens het onderwerp van de hele conferentie geweest. En dat komt nu elke twee maanden, vroeger elke maand, nu elke twee maanden.
Yv: Ja, die weekendconferenties...ja...
Me: Ja, nu in het maart-nummer staat per ongeluk een fout in de datum, dat is erg jammer. Maar in het januari-nummer stond het goed. Het is dus altijd op een vrijdag, en het begint vrijdagavond met de eerste voordracht om half acht 's avonds. Maar je kan van vijf uur af komen. Dan ben ik daar en dan is er een avondboterham met soep om half zeven. Wie er dan is, kan mee eten. Het ligt dus in het dorp Kalmthout, dat is een heel grote gemeente. Als je met een auto komt, hiervandaan...jullie komen uit?
Mi/Yv:Ja, Rotterdam...Breda, Rotterdam...
Me: Oh, nou dat is eigenlijk vlakbij. Dat is nog geen uur rijden.
Yv/Mi: Ja, dat is niet ver...Daarom...
Me: Maar dan is het wel erg druk om die tijd, vrijdag, dus als je kan zorgen dat je al wat vroeger weggaat, zodat je daar om vijf uur bent. Dat is het meest aan te bevelen. Je moet ook wel zorgen dat je daar met licht bent, want anders is het een beetje lastig in het reservaat.
Yv: Dus, er komen ook best wel veel mensen ook op zo'n weekend?
Me: Nou, het is meestal zo tussen acht en achttien man.
Mi/Yv:Ja...Van negen tot elf mei...
Me: En dat kan er nog net mooi in. Want we zitten 's zomers de hele dag, als we niet dansen ofzo of wandelen, dan zitten we op dat zonneterras en dan zit je maar gelukkig te zijn.
Mi: Ha, ha, ja...
Me: Als jullie nog een foto d'r van wil zien, kan ik wel even van boven halen, dan kijk ik ook voor dat boekje ook van die Sloween.
[Onderbreking in bandje tot ze terug komt.]
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
"Het Levensritme"   
Zuid-Zwitserland   
"Kaarsvlam"   
Naam Locatie in Tekst
Oasis   
België   
Duitsland   
Oostenrijk   
Frankrijk   
Blaricum   
Kalmthout   
Antwerpen   
Breda   
Rotterdam   
Slowakije   
