Hoofdtekst
Dat was e männeke uit de geburen, en ich weet het nog goed, as of het gisteren gebeurd was, zijn ma had hem heel in 't nieuw gezatte (= gezet). He had zo e schoon floere (= fluwelen) kostuumke gekregen! en he ging 's moreges noa de kerek - in Sint-Jan was dat - en noa de mis was het katechismus. Ternoa kwamter terug thuis en he was maar altijd aan 't wrijven in zijne nek vana(ch)ter. 'Mè wa he(b)t zje toch maar männeke? vroeg zijn ma hem, is de kraag misschien e beetsje te klein?' - 'Ma, ich weet nie, zei 't jöngske, maar dat juk(t) mich den helen tijd.' Toen gaat zijn ma kieke, ze neemt de kraag e beetsje weg... en zo allemaal van die dikke luis (= luizen) zaten doa. Toen he(ef)t ze het hem gauw uitgedaan en ze he(ef)t het opgebjand. Dat was het weinigste dat ze oech (= U) konden doen, zeien ze.
Onderwerp
SINSAG 0582 - Hexe schickt Läuse, Flühe, Mäuse.
  
Beschrijving
Een jongetje was op zondag naar de mis en naar de catecheseles geweest. Toen de jongen thuiskwam, zag de moeder dat het kind helemaal vol luizen zat. Daarop verbrandde de moeder de nieuwe kleren die het kind die dag droeg. Luizen zetten was het minst erge kwaad dat een heks iemand kon aandoen.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
721
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tongeren   
