Hoofdtekst
Beschrijving
Bij een boer lag altijd een zwarte hond voor de deur. Toen een man de hond op een dag tot het dier sprak: "Kom binnen", liep het dier naar de stal. De koe was bang en begon te loeien. De tweede koe waar de hond voorbijliep, deed niets. Vervolgens ging de hond naar buiten. Onder de paal waaraan de tweede koe was vastgebonden, vond men een grote som geld. De hond moest dat geld komen aanwijzen.
Bron
G. Van Loock, Leuven, 1957
Commentaar
4. Historische sagen
antwerps (mol - dessel - retie)
557
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mol   
