Hoofdtekst
‘k Gon ik nu e keer vertellen van Louïs Vanoverschelde. Ze gingen nor e combat in de bolle-vloerbollen in de groend-nor Zarren. En zegt vader, die dat oendervoenden et: "De trein is ol weg van Esen nor Zarren!" Mor zegten: "Narden! Dat is nieten, pakt mijn neusdoek!" Nu wuk dat er dormee gebeurde! Vader zei dat ze zieder mosten wachten datten trein nog niet ingekommen wos. En zegten tegen Narden, mijn vader: "Me gon wieder tegare nor huus!" en in één, twee, drie woren me wieder in Esen. Dat wos toen elvenholf, zei vader. Zegten tegen Narden: "Me gon hier e druppel drinken!" "Hoe!" zegt vader, "e druppel drinken? ’t Is hier niemand!" "Dat is nieten", zegten, enne gaat nor de deure enne doet z’open. Enne gaat dor binnen, nor den toog, enne schinkt dor elk e druppel voor ulder. Enne lei dor twintig cantiem up den toog. En zieder gingen were nor buten enne dei hij were de deure toe. Nu, ze gon voort en ze wunden niet verre van mekander. En zegten tegen Narden: "’k En hier nog etwot te vereffenen. ’t Is hier èn hoetmarchand die me nog e keer gekuld (geplaagd) et." En zegten: "’t Staat dor e voer voor zijn deure datten morgenuchtend moet wegvoeren?" "Jaa’t", zegt vader. "Me gon e keer nor die wagen gon en dor e wiel ofzetten." Zegt vader: "E wiel ofzetten? ’t Gaat no ol gon betern!" "Jaa’t", zeiten, "Narden! Stikt gij dor e bitje joen schoere oender, ‘k gon ik dat wiel ofpakken." En zegt vader: "O’k ik dor nu mijn schoere oendersteken of niet, dat gaat toch niet verandern, zuk e voer!" "Doe gij mor e bitje", zeiten, "Narden!" Enne pakte hij dat wiel of enne rolde’t weg. "Gauw", zeiten, "Narden, e bitje achteruut!" Nu die menschen stoenden ’s nuchtens up en ze wisten zieder nateurlik niet wuk dat er gebeurd wos, hoe dat dat gegon had.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Enkele mannen waren met de trein naar Zarren geweest. Toen de mannen terug naar Esen wilden, hadden ze hun trein gemist. Daarop sprak één van de mannen: "Dat is niet erg. Neem mijn zakdoek!" Enkele seconden later waren de mannen in Esen. Bij hun thuiskomst sprak de tovenaar: "Kom, we gaan hier nog een borrel drinken". Er was echter niemand te zien in de herberg. De tovenaar maakte de deur open, schonk zelf de glazen vol en legde achteraf twintig centiemen op de toog. Op zijn weg naar huis kwam de tovenaar voorbij een houthandelaar met wie hij nog een eitje te pellen had. Vóór het huis van de handelaar stond een kar hout die de volgende dag moest worden weggevoerd. De tovenaar sprak tot zijn vriend: "Til jij die kar eens op, zodat ik er een wiel kan af halen". Hoewel de kar loodzwaar was, slaagde de man er met de hulp van de tovenaar in ze op te tillen. De volgende dag wist de houthandelaar niet wat er was gebeurd.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (vrijbos)
98D
Vader van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Louïs Vanoverschelde   
Naam Locatie in Tekst
Woumen   
Plaats van Handelen
Zarren   
Esen   
