Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MKEST0077_0077_30102

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Moeder had naar de kermisse naar Bluisboekel geweest, ze kwam weer, zij en vader. ’t Was laat en de maan schonk. Van verre zagen ze luchtjes (lichtjes), en als ze dichter kwamen vier witte hondekes kwamen tegen mekaar en dan verdwenen ze. Moeder keek. “Maar waarnaar kijkte gij”, zei ’t ie, vader. “Ah waar zijn die hondjes naartoe?” Toen kwam de vreze op.

Beschrijving

Een echtpaar kwam bij maneschijn terug van de kermis in Bluisboekel. De man en de vrouw zagen in de verte lichtjes. Toen ze dichterbij kwamen, zagen ze vier witte hondjes tegen elkaar botsen en vervolgens verdwijnen.

Bron

M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
124
Moeder van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Zegelsem    Zegelsem   

Plaats van Handelen

Bluisboekel    Bluisboekel