Hoofdtekst
’t Was ne keer nen boer. Elke keer dat hij keerde (karnde), was het mestplas plekke van boter. Hij is om ne pater van Gent gekomen. De pater goot de mes (mest) uit en leesde erover. “Begint nu een andere kierne”. Diene keer had hij al zuivere boter.
Beschrijving
Een boer die geen boter meer kon karnen, vond altijd mest in zijn botervat in de plaats van boter. De boer liet een pater van Gent komen, die de mest weggooide en het botervat overlas. Toen de boer de volgende keer karnde, had hij weer goede boter.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
441
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Gent   
Gent (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Ronse   
Plaats van Handelen
Gent   
