Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CDEWI0762_0762_32329

Een sage (mondeling), woensdag 10 juni 1998

Hoofdtekst

34 D -Maar vroeger konden ze die mensen schou maken met een niet hé, kijk, die betterave, ‘t is ook uit wat ik mijn broer heb horen zeggen, want mijn broer was de oudste hé en ik ben de vierde jongste van zes.33 -Ze geloofden alles hé! Ze hebben hun niets of leugens wijsgemaakt!34 -Ja, en mijn broer ôt (had) met kameraden ook een betterave uitgehaald en daar een kaars ingedaan hé en die mens waar dat ze dat weesten hangen ôn (hadden) en die zo schou (bang) was, kwam daar een keer toevallig, hij kwam altijd bij ons, kwam bij ons toegelopen en hij kon niet klappen van alteratie (ontzetting) en zo zei hij, hij was van Sint-Goriks hé, “Een raope! Een raope (raap)!” zei hij in plaatse van betterave, “Een raap met een kaarsje in.” 34 -Hij kon aan zijn adem niet meer en hij kwam juist bij ons toe en ‘t was mijn broer die het gedaan ôt (had)!II -En gij mocht niets zeggen?34 -Ik was nog een kind hé, ‘t was onze oudste. Hij ôt (had)dat met kameraden gedaan hé, maar mijn vader moest er altijd om lachen.

Beschrijving

Een jongen uit Sint-Goriks-Oudenhove liep doodsbang naar huis toen hij langs de weg een uitgeholde biet met een kaars had zien staan.

Bron

C. De Winne, Leuven, 1999

Commentaar

1.3 Vuurgeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
34D
Broer van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Grotenberge    Grotenberge   

Plaats van Handelen

Sint-Goriks-Oudenhove    Sint-Goriks-Oudenhove