Hoofdtekst
‘k Heb ik een vriend gehad, Pison heette hij, en j’is hij daar van dood van de kwaân hand. En en(hij) is zo ziek gekomen, zo ziek, en ’t lei (lag) hij een kwaan hand op hem en dat was z’n schoonmoeder. Hoor je ze, zeiten, z’is daar, en je was toch zo gepint (bang). En j’ (hij) heeft ’t hij al gelijk bestorven wè.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een man die door de kwade hand was geraakt, werd ziek en stierf. Het was zijn schoonmoeder die hem had behekst.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (kamerlingsambacht)
170
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nieuwpoort   
