Hoofdtekst
In d’olmen van Steppes, dat was ook een kwaaie plaats: daar berustegen in nen uitgesneên olm kledden zijn vel. En die al daar dorst passeren als de moment daar was had eraf, dat waren uren dat kledden moest dragen. En op nen avond hadden ze bij ons den oven g’heet en de knecht Steppes kwamp daar toegelopen en hij willegen daar absoluut in springen om zijn vel te redden, want z’hadden dat vel in die olm gevonnen en ze willegen dat verbrannen, maar z’hebben hem geweerd hé en toen was hij content dat er hij af verlost was.
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
In een holle olm had kledde zijn vel verborgen. Voorbijgangers moesten kledde vaak dragen. Op een avond gooide men kleddes vel in de oven. Men moest kledde tegenhouden, want anders zou hij in de oven zijn gesprongen om zijn vel te redden. Toen het vel was opgebrand, was de jongen blij omdat hij verlost was.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (denderstreek)
731
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Appelterre-Eichem   
