Hoofdtekst
Hari: 'Wat was dan dat, dat weet ge toch ook waar ze met een hand op de deur houwden? Dat was hier bij Ser weet ge.'Mevr.: 'Ik heb pa zaliger thjuis zoveel horen vertellen van dat allemaal.'Hari: 'Dat was ook op een drejgaar. 'Maar dat is hier bij Jefke van Ser maar dat was nondever, eh die zijn moeder dat was ook een vieze vrouw zuur! Daar mocht ge niet veel kontrarie tegen zeggen of die ging met de riek aan u, die was direkt kwaad hè. Dat waren allemaal mensen zegden ze vroeger jaren waar iets aan scheelde.Mevr.: 'Weet ge wat ze zegden vroeger? Die was niet goed gedoopt, zegden ze vroeger, hè.'
Beschrijving
De moeder van Jefke V.S. werd ervan verdacht een heks te zijn. Het was een vrouw die snel op haar tenen was getrapt en onmiddellijk met een mestvork achter de mensen aan ging.
Heksen waren vrouwen die slecht waren gedoopt.
Heksen waren vrouwen die slecht waren gedoopt.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
2.1 Heksen
midden-limburgs
n''
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Jefke V.S.   
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
