Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MVAND0048_0048_32912

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Als mijn vader nog thuis was, dat is nu 125 jaar leen, was er sprake van stalkièssen, en zijn kameraden hadden op nen avond toch weer ene gezien, en ze zeien: “Zé, ginder zit toch weer ene”. “Allé, zei mijn vader,ik ga mee, we gaan ne keer kijken wat dat dat daar is. En inderdaad, zei hij, ‘k zag ginder een lichtteken, en we staptegen voort, en dat lichteken zat op een andere plaats. En we waren toch al een ure of twee op weg tot als we dat lichteken kosten volgen tot als w’er bij waren. En als w’er bij waren was dat ne glimworm. En z’hadden er al naar geschoten, maar z’n kosten dat niet doen uitgaan.

Beschrijving

Enkele mannen hadden op een avond een stalkaars gezien. Ze stapten naar het lichtje toe, maar het bewoog telkens. De mannen waren al twee uur onderweg toen ze het lichtje eindelijk hadden bereikt en vaststelden dat het een glimwormpje was. De mannen konden het lichtje niet uitdoven.

Bron

M. Van Der Linden, Leuven, 1964

Commentaar

1.3 Vuurgeesten
oost-vlaams (denderstreek)
46
125 jaar geleden, aldus de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Steenhuize-Wijnhuize    Steenhuize-Wijnhuize