Hoofdtekst
De koeke, dat is ook een soort kwaad, de koeke aan 't hart. En de jongens dijen niet meer, ze gaan niet meer vooruit. Op ie Wolvenberg, als wij daar nog woonden, was er een kind van Romnie, en dat had ook de koeke. Als dat niet weggaat met te gaan dienen, kunnen ze er niet meer doorgeraken. Ze gaan ervan kapot. Ge moest dat kind eens gezien hebben! Het was vel over de beentjes. En ze zijn dat ergens gaan dienen en 't was genezen.
Beschrijving
Kinderen die aan een hartziekte leden, groeiden niet meer. Voor zulke kinderen moest men op bedevaart gaan, want anders stierven ze.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
oost-vlaams (zuiden)
115I
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Volkegem   
