Hoofdtekst
De Tempeliers dat was geestelijk en ze wierden (werden) gearreteerd van de mensen en daarmee bouwden ze een gang onder de grond. En dat liep tot aan de kerke van Nieuwpoort. En tussen Leffinge en Stene stonden d’er twee gouden beelden in. En die gangen waren 2.50 m breed en met ijzeren poorten d’raan. Dat was goed verzekerd wè, de muren waren vier stenen dikke, ’t kost (kon) daar geen water in. En de Tempeliers reden daar onder met peerd en feteure (voiture).
Beschrijving
De Tempeliers hadden een onderaardse gang gegraven van in Oostende tot aan de kerk van Nieuwpoort. Tussen Leffinge en Stene stonden twee gouden beelden in de gang. De muren waren vier stenen dik, zodat er geen water naar binnen kon sijpelen. De gangen waren twee en een halve meter breed en hadden ijzeren poorten. De Tempeliers reden met paard en kar door die gangen.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (kamerlingsambacht)
317
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Tempeliers   
Naam Locatie in Tekst
Oostende   
Plaats van Handelen
Oostende   
Nieuwpoort   
