Hoofdtekst
Mijn zusje werd ziek.In de Bosstrate wuënde d’r een vra. Mie de Pause, die had de naam van tuëveres en de kinderen waren d’r amaal benaad af. En mijn broer – hij zou na al honderd jaar zijn – die zat op ne kiër op ne peirleir en mij zusterken van zeven, acht jaar liep daar rond. Na kwam die vra op den hof en stampte mij zusterke weg, mijn broer sprong van dien buëm en liep achter die vra maar zij was zij de straat op ne miër te zien.Da kind was van ten af altijd ziek en kwijnde gelijk weg, en altijd maar schriën as die vra verbij gink, en ten kreeg z’altijd kwaad vel. En na twië jaar is da kinneke ten gestorven.
Beschrijving
In Zele woonde een vrouw voor wie iedereen bang was omdat men vertelde dat ze een toveres was. Op een dag had die vrouw een meisje van zeven of acht jaar weggejaagd. Daarna werd het meisje ziek en kwijnde helemaal weg. Twee jaar later is het meisje gestorven.
Bron
V. Van Onsem, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (waasland en dendermonde)
156
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zele   
Plaats van Handelen
Zele   
