Hoofdtekst
In een dorp aan de Zwarte Zee woont Temel. Hij is een heel goede jager. Als hij een konijn ziet lopen, legt hij aan en schiet hij altijd raak.
Ook andere mensen trekken er op uit om te jagen, maar zij kunnen niets vinden om te schieten.
Uiteindelijk gaan ze naar Temel en zeggen tegen hem: 'Wij zijn gaan jagen, maar we hebben niets kunnen vinden. Jij bent een goede jager. Jij moet met ons meegaan om ons te helpen.'
Temel gaat met hen mee en na een tijdje lopen, vinden ze een gat in de grond. Het is een klein hol.
Temel zegt: 'Nu moeten jullie heel stil zijn, en wachten, want straks komt er een konijn naar buiten.'
Ze wachten, en na vijf minuten komt er een konijn naar buiten. Ze schieten en... raak.
Daarna lopen ze verder. Ze komen aan bij een groter hol.
Hier zegt Temel: 'Nu moeten jullie weer stil zijn, want straks komt er een vos.'
Even later verschijnt de vos en ze schieten hem dood.
Weer gaan ze verder en ze komen aan bij een nog groter hol.
'Hier moeten we wachten,' zegt Temel, 'want hier woont een beer.'
Even later verschijnt de beer en de jagers schieten raak.
Ze lopen weer verder, en ineens staan ze voor een heel groot hol, en ook hier moeten ze wachten van Temel.
De volgende dag staat er in de krant: 'Vier mensen onder de trein gekomen.'
(Verteld door een Turkse man, ca. 35 jaar, op 26 mei 1999 in het Jongerencentrum ULU)
Ook andere mensen trekken er op uit om te jagen, maar zij kunnen niets vinden om te schieten.
Uiteindelijk gaan ze naar Temel en zeggen tegen hem: 'Wij zijn gaan jagen, maar we hebben niets kunnen vinden. Jij bent een goede jager. Jij moet met ons meegaan om ons te helpen.'
Temel gaat met hen mee en na een tijdje lopen, vinden ze een gat in de grond. Het is een klein hol.
Temel zegt: 'Nu moeten jullie heel stil zijn, en wachten, want straks komt er een konijn naar buiten.'
Ze wachten, en na vijf minuten komt er een konijn naar buiten. Ze schieten en... raak.
Daarna lopen ze verder. Ze komen aan bij een groter hol.
Hier zegt Temel: 'Nu moeten jullie weer stil zijn, want straks komt er een vos.'
Even later verschijnt de vos en ze schieten hem dood.
Weer gaan ze verder en ze komen aan bij een nog groter hol.
'Hier moeten we wachten,' zegt Temel, 'want hier woont een beer.'
Even later verschijnt de beer en de jagers schieten raak.
Ze lopen weer verder, en ineens staan ze voor een heel groot hol, en ook hier moeten ze wachten van Temel.
De volgende dag staat er in de krant: 'Vier mensen onder de trein gekomen.'
(Verteld door een Turkse man, ca. 35 jaar, op 26 mei 1999 in het Jongerencentrum ULU)
Beschrijving
Domme jagers vinden steeds grotere holen en prooien. Eerst schieten ze een konijn, daarna een vos en daarna een beer. Als ze denken voor een nog groter hol te staan, worden ze doodgereden door een trein.
Bron
n.v.t.
Commentaar
26 mei 1999
Verteller is een Turkse man (ca. 35 jaar) in het Jongerencentrum ULU.
Naam Overig in Tekst
Temel   
Naam Locatie in Tekst
Zwarte Zee   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
