Hoofdtekst
We hadden wilder ‘nen boomkapper t’onzens: Dolfie Notebaert. Dat was ‘ne grote zware vent en hij was van niet nie schuw.En den berg van Grijsloke beneden, waar dat die fabrieke nu staat hé… weet ge waar dat ‘k wille zeggen? Ewel, weet ge wat dat Dolfie daar ’ne keer gezien heeft? Meer of honderd vijftig katten!! "En dat was altijd springen en doen voor mij", zeid’ie, "van diene kant van de strate naar den anderen, en, iedere keer dat ‘k ging", zeid’ie, "ze waren weg. En ommeddekeer waren ze were allemale voor mij!" En hij kwam binnen dat ’t zweet van hem liep, en ’t was pertank genen vervaarden zulle! Maar hij zegt dat ’t echt waar was.Hij geloofde pertank niet aan spokerie, contrarie, hij loech met alles.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Bij een fabriek in Anzegem zag een onbevreesde boomhakker meer dan honderdvijftig katten heen en weer springen. Toen de man dichterbij kwam, waren de katten plots allemaal verdwenen. Even later waren de katten daar opnieuw. Helemaal bezweet van angst kwam de man binnen.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
170
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Anzegem   
Plaats van Handelen
Anzegem   
