Hoofdtekst
Beschrijving
Een molenaar die de gewoonte had om ’s nachts op enkele zakken in zijn molen te slapen, werd iedere nacht geslagen door een harige gedaante. Op een dag had de molenaar gezegd: “Als je blijft komen, dan schiet ik je dood”. Toen de molenaar daarna nog steeds door de harige verschijning werd geplaagd, loste hij een geweerschot. Daarop rolde een man met een dierenvel langs de trappen van de molen naar beneden. De molenaar liet de pastoor komen, die de gedaante bekeek en zei: “Het is een dier; hij moet dus als een dier begraven worden”. De man werd begraven op de molen waarop de heuvel stond.
Bron
M. Reygaerts, Gent, 1971
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
brabants (zuid-west)
31
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vollezele   
