Hoofdtekst
De toverheks kreeg een kind.Hier in ne kaffee op Zeel wuënde d’r ’n hiel slecht vramens, ze deed de mensen niks as kwaad aan. In heur huis spuëkten ’t altijd, maar dikwijls waren da gasten van de gemeente. Mijn moeder da was een vroedvra en mijn gruëtmoeder uëk, en ik heb die zelf ’t volgende huëren vertellen:“Da mens was op ne kiër in dien toestand, ge weet wel hé, en ze maakte vrië ruzie met heuren man en hij zei “potverdomme, ‘k was dat nen duvel was”, en op dat uëgenblik dat hem dat zei viel ze neer en z’hê vier maanden te bed gelegen.En da’s echt, want mijn gruëtmoeder was daar bij, dat kind werd geboren en ’t was nie om aan te zien, nen echten duvel, z’hemmen da moeten wegdoen, de gouverneur en al is da ten bijgeweest.
Beschrijving
In een café in Zele woonde een slechte vrouw die de mensen altijd kwaad deed. In het huis van die vrouw spookte het. Toen de vrouw zwanger was, zei haar man een keer tijdens een ruzie: “Verdomme, ik wou dat het een duivel was!” Daarop viel de vrouw neer en moest vier maanden in bed blijven. Toen het kind geboren werd, bleek het inderdaad een echte duivel te zijn. Men heeft het kind moeten doden.
Bron
V. Van Onsem, Leuven, 1967
Commentaar
3.1 Duivels
oost-vlaams (waasland en dendermonde)
226
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zele   
Plaats van Handelen
Zele   
