Hoofdtekst
Wat ich u ga vertellen, dat heeft mich Marte van't Bleyke verteld. Ginder, ge kunt 't van hier goed zien, daar stond vroeger ne bos. En Marte die kwam met zijne kroewagen van Wijchmaal af van zijn tant. Toen was't al laat zelle, zeker 12 uren en de maan scheen. En daar was e ketten dat hem maartoe na kwam. Maar door den duur was hij dat moe. Hij zette zijne kroewagen daal maar toen was 't kette weg. En hij zei 'Ston', zo heette zijnen hond 'pak ze jong.' En Ston die kat na zo veel als 't geven kon. En in die bos, zo heeft mich Marte verteld, daar hoorde hij 't schoonste muziek. En hij riep maar op Ston maar die kwam niet terug. Dat waren die heksen die daar rond dansen. Toen hij thuis kwam toen vroeg de vrouw boe dat dien hond gebleven was. Ja, en hij vertelde het hé en ich heb hem niemeer gezien, zei hij. Maar 's anderendaags toen lag den hond in de kooi helegans bekrapt en bedaan van de katten. Dat heeft zich Marte honderde keren hier aan de stoof verteld en moen zei dan altijd 'Al wat dat in den avond is moet ge met rust laten.'
Onderwerp
SINSAG 0604 - Die vermehrten Katzen
  
Beschrijving
Omstreeks middernacht kwam Marte bij maanlicht met de kruiwagen terug van Wijchmaal, waar hij zijn tante was gaan opzoeken. Onderweg werd de man gevolgd door een kat, terwijl hij in het bos wondermooie muziek hoorde. Toen de man zijn hond aanspoorde om de kat te pakken, stonden er opeens tientallen katten rond hem. De hond was verdwenen. De volgende dag lag het dier zwaar gewond in zijn kooi.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (noord-west)
133
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Marte   
Naam Locatie in Tekst
Eksel   
Plaats van Handelen
Wijchmaal   
