Hoofdtekst
TM: "En wat ik wel... dat heb ik zelf gezien bij Nederlandse mensen die dan contact hebben met de Turkse: van die oogjes, die bijvoorbeeld op de wieg worden gehangen, of aan een hangertje..."
AK: "Hmhm."
TM: "... om de nek. En dat zou zijn tegen het Boze Oog."
AK: "Het Boze Oog, ja. Maar ja, ik ben er nooit mee opgevoed of opgegroeid. Ik weet d'r wel... ik weet het wel, maar het is gewoon een bijgeloof. Het zit niet in het geloof."
TM: "Het behoort niet tot de islam."
AK: "Nee. Het zit wel in Turkije - ze doen het wel. En het blijft hangen, denk ik. Toch een beetje, al ben ik er niet mee opgegroeid, of dat ik zo'n blauwe oog heb gehad ofzo... Maar tòch zit je ermee van: kan het waar zijn? Toch doe je het wel bij je zoon of bij je dochter, stel dat ze een beetje koorts heb of een beetje ziek is. Terwijl er niks aan de hand is ofzo."
TM: "Maar dan... in je achterhoofd denk je toch: misschien..."
AK: "Misschien werkt het."
TM: "Maar is dat dan verbonden met bepaalde personen: hééft iemand het boze oog dan bijvoorbeeld?"
AK: "Nee, gewoon, het gevoel dat je meekrijgt, denk ik."
TM: "En dat is iets onbestemds?"
AK: "Ja."
TM: "Een geest of een demon..."
AK: "We weten niet wat het is. Maar ja, toch..."
TM: "Het wordt niet veroorzaakt door een mens?"
AK: "Nee. Jawel! Toch wel! Bijvoorbeeld mensen die groene of blauwe ogen hebben. Die kunnen de hahaha..."
TM: "Ja???"
AK: "...hahaha, die kunnen het zijn. Hahaha. Dat wordt gezegd bij ons, ik weet niet. En als er zoiets is, dan gaan ze ook zo'n blauwe, zo'n... dat kraaltje gaan ze dan effetjes hangen bij een kind."
TM: "Omdat ze bang zijn dat..."
AK: "...dat het kwaad wordt."
TM: "Maar jij gelooft daar absoluut niet in. Of, nou..."
AK: "Ja, nee, het gaat gewoon mee. Stel je voor dat er iemand met een groene oog... Ik zal even een verhaaltje vertellen. Mijn zoontje die was twee, tweeënhalf. Hij heeft hele grote ogen en heel donkerbruin. En een Nederlands meisje die kwam langs bij mijn ouders, en ik was toevallig ook daar. En ze had groene of blauwe ogen, ik weet het niet meer. Toen heb ik er ook aan gedacht van: ja, het kan aan haar liggen. Toen zei ze: wat een mooie ogen heeft je zoontje, en wat ziet hij d'r mooi uit enzo. En ze was niet eens weg: pats, ging hij vallen tegen de rand van de tafel. Het kan puur toevallig zijn. En dan had hij echt hier [wijst vlak boven het oog aan] helemaal bloed en èh... Ja, toen had ik ook gedacht van: ja, het kàn zijn. Maar ja, je weet het nooit zeker. Maar dat is twee keer gekomen. Eén keer dus thuis, en de tweede keer waren we op controle naar het ziekenhuis, op het ziekenhuis. En toen heeft ook iemand gezegd van: ja, wat ziet hij er leuk uit, en wat mooie oogjes heeft hij. Toen is hij ook weer gevallen. Maar ja, je weet nooit zeker. Maar ik heb toen wel gedacht van: ja, 't kan zijn dat 't het boze oog is."
TM: "En is dat... hoort dat bij het verhaal, dat iemand ook eerst zegt van jouw kind van: mooie ogen?"
AK: "Dat kan ook zonder te zeggen ook worden. Maar ja, als 'ie het zegt, dan denk je van... dat is dan veel eerder."
TM: "Ja, dan denk je d'r sneller aan."
AK: "Hmhm."
(Verteld te Utrecht in het Volksbuurtmuseum op 25 augustus 1999)
AK: "Hmhm."
TM: "... om de nek. En dat zou zijn tegen het Boze Oog."
AK: "Het Boze Oog, ja. Maar ja, ik ben er nooit mee opgevoed of opgegroeid. Ik weet d'r wel... ik weet het wel, maar het is gewoon een bijgeloof. Het zit niet in het geloof."
TM: "Het behoort niet tot de islam."
AK: "Nee. Het zit wel in Turkije - ze doen het wel. En het blijft hangen, denk ik. Toch een beetje, al ben ik er niet mee opgegroeid, of dat ik zo'n blauwe oog heb gehad ofzo... Maar tòch zit je ermee van: kan het waar zijn? Toch doe je het wel bij je zoon of bij je dochter, stel dat ze een beetje koorts heb of een beetje ziek is. Terwijl er niks aan de hand is ofzo."
TM: "Maar dan... in je achterhoofd denk je toch: misschien..."
AK: "Misschien werkt het."
TM: "Maar is dat dan verbonden met bepaalde personen: hééft iemand het boze oog dan bijvoorbeeld?"
AK: "Nee, gewoon, het gevoel dat je meekrijgt, denk ik."
TM: "En dat is iets onbestemds?"
AK: "Ja."
TM: "Een geest of een demon..."
AK: "We weten niet wat het is. Maar ja, toch..."
TM: "Het wordt niet veroorzaakt door een mens?"
AK: "Nee. Jawel! Toch wel! Bijvoorbeeld mensen die groene of blauwe ogen hebben. Die kunnen de hahaha..."
TM: "Ja???"
AK: "...hahaha, die kunnen het zijn. Hahaha. Dat wordt gezegd bij ons, ik weet niet. En als er zoiets is, dan gaan ze ook zo'n blauwe, zo'n... dat kraaltje gaan ze dan effetjes hangen bij een kind."
TM: "Omdat ze bang zijn dat..."
AK: "...dat het kwaad wordt."
TM: "Maar jij gelooft daar absoluut niet in. Of, nou..."
AK: "Ja, nee, het gaat gewoon mee. Stel je voor dat er iemand met een groene oog... Ik zal even een verhaaltje vertellen. Mijn zoontje die was twee, tweeënhalf. Hij heeft hele grote ogen en heel donkerbruin. En een Nederlands meisje die kwam langs bij mijn ouders, en ik was toevallig ook daar. En ze had groene of blauwe ogen, ik weet het niet meer. Toen heb ik er ook aan gedacht van: ja, het kan aan haar liggen. Toen zei ze: wat een mooie ogen heeft je zoontje, en wat ziet hij d'r mooi uit enzo. En ze was niet eens weg: pats, ging hij vallen tegen de rand van de tafel. Het kan puur toevallig zijn. En dan had hij echt hier [wijst vlak boven het oog aan] helemaal bloed en èh... Ja, toen had ik ook gedacht van: ja, het kàn zijn. Maar ja, je weet het nooit zeker. Maar dat is twee keer gekomen. Eén keer dus thuis, en de tweede keer waren we op controle naar het ziekenhuis, op het ziekenhuis. En toen heeft ook iemand gezegd van: ja, wat ziet hij er leuk uit, en wat mooie oogjes heeft hij. Toen is hij ook weer gevallen. Maar ja, je weet nooit zeker. Maar ik heb toen wel gedacht van: ja, 't kan zijn dat 't het boze oog is."
TM: "En is dat... hoort dat bij het verhaal, dat iemand ook eerst zegt van jouw kind van: mooie ogen?"
AK: "Dat kan ook zonder te zeggen ook worden. Maar ja, als 'ie het zegt, dan denk je van... dat is dan veel eerder."
TM: "Ja, dan denk je d'r sneller aan."
AK: "Hmhm."
(Verteld te Utrecht in het Volksbuurtmuseum op 25 augustus 1999)
Onderwerp
TM 3117 - De kwade hand (het boze oog)   
Beschrijving
Blauwe kralen met oogjes worden wel gebruikt als afweer tegen het Boze Oog. Turken menen wel dat mensen met blauwe of groene ogen het boze oog kunnen hebben. Het kind van de vertelster is tweemaal gevallen nadat iemand een compliment had gemaakt over de mooie ogen van haar zoontje. Eenmaal was het een Nederlands meisje met groene of blauwe ogen. Eigenlijk gelooft de vertelster er niet in, maar op zulke momenten gaat ze twijfelen.
Bron
afschrift bandopname 25 augustus 1999 (archief MI)
Commentaar
25 augustus 1999
De kwade hand (het boze oog)
Naam Overig in Tekst
Nederlands   
Turks   
Boze Oog   
Nederlands   
Naam Locatie in Tekst
Turkije   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
