Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LOMBO388

Een sage (mondeling), woensdag 24 november 1999

Hoofdtekst

AA: "Ze zeggen dat er eentje zulke lange oren heeft, dat 'ie dus als 'ie er mee slaapt, dat d'r eentje daar ligt 'ie mee op de grond, daar slaapt 'ie op, en de andere daar dekt 'ie zichzelf onder. Ik weet niet of dat waar is, maar..."
LB: "Een slaapzak."
AA: "Ja, hahaha, een slaapzak, ja."
AB [soms moeilijk te verstaan]: "D'r was eens een man, die ging 's ochtends vroeg, om drie uur 's nachts ofzo, 's ochtends vroeg wassen voor het gebed. En die zag zo... die ging naar de douche, hamam, om zich te wassen enzo - die was buiten vroeger in de dorpen. Die wist iets over man met lange oren, dus wat hij kon zien. Zulke oren, als een geest. Dus hij kijkt, en hij vond het toch een beetje eng. Als gelovige, en je staat 's ochtends op en... [...]. Hij loopt zo achteruit en komt 'ie zo een man tegen. Die zo van: 'Daar moet je niet naar binnen gaan. Ik zie een man met zulke oren.' Zegt die: 'Zo', die man die hij tegenkwam, doet 'ie zo die oren van zijn hoofd, ging 'ie er zo mee klappen. Die man kreeg een hartstilstand, die ging gelijk dood."
(Verteld op 24 november 1999 in het volksbuurtmuseum Oud Lombok, te Utrecht)

Beschrijving

Een man staat 's nachts op om te gaan bidden. Bij de rituele reiniging ziet hij een geest met lange oren. De man wordt bang. Even later komt hij iemand tegen die hij voor de geest waarschuwt. Het blijkt de geest zelf te zijn, die zijn oren uitvouwt en ermee boven zijn hoofd klapt. De man sterft van schrik aan een hartstilstand.

Bron

bandopname interview (archief MI); interviewers: Theo Meder, Marie van Dijk, Louis Boumans, Lourina de Voogd

Commentaar

24 november 1999

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21