Hoofdtekst
TM: "En dan heb je bij de Turkse volksverhalen, heb je een paar figuren waar nogal wat verhalen over verteld worden, zoals Nasreddin Hodja."
AC: "Nasreddin Hodja."
TM: "Ken je daar verhalen van?"
AC: "Ja."
TM: "Kan je d'r ook één vertellen?"
AC: "Uh, o ja, wacht. D'r waren twee personen, die gingen vechten. En Nasreddin Hodja, die was er ook bij. En die ging luisteren van zo en zo en zo. En dan was er nog een persoon, en die ging ook meeluisteren. Enne, toen kwam die persoon, die mee ging luisteren, die kwam zo naar Nasreddin Hodja en zegt die zo van... uh... Nee! Eerst kwam die persoon, die ging vechten die twee. Eéntje komt. Zegt die zo van: 'Wie heeft er nou gelijk?' Hij vertelt zijn probleem. Zegt: 'Ja, je hebt gelijk.' Komt die andere. Zie zegt zo van uh... Die gaat ook zijn probleem vertellen. Zegt 'ie zo van uh: 'Ja, jij hebt ook gelijk.' Komt die andere, die ging meeluisteren, zegt zo van: 'Ja, wie heeft er nou gelijk? Ze hebben allebei gelijk?' Zegt 'ie: 'Jíj hebt óók gelijk!' Hahaha."
Allen: "Hahaha."
AC: "Van allemaal zulke moppen. Je hebt ook moppen van Hacivat en Karatas."
TM: "Is dat niet een soort poppenspel?"
AC: "Ja, dat is een poppenspel, maar in die poppenspel vertellen ze allemaal moppen tegen mekaar. Zeg maar: tijdens het praten gaan ze moppen tegen mekaar doen."
MvD: "Zijn dat bijvoorbeeld politieke moppen?"
AC: "Ja, het is meer voor kinderen bestemd. Ja, gewoon kindermoppen. Ik heb er zelf niet naar gekeken, hoor. Toen ik klein was, had je hier nog geen Turkse zenders. Ik heb ze niet gezien. Maar ik heb wel van mijn ouders gehoord, dat ze vroeger, toen ze nog in Turkije waren, er heel vaak naar keken."
(Op 15 december 1999 verteld in het Volksbuurtmuseum te Lombok, Utrecht)
AC: "Nasreddin Hodja."
TM: "Ken je daar verhalen van?"
AC: "Ja."
TM: "Kan je d'r ook één vertellen?"
AC: "Uh, o ja, wacht. D'r waren twee personen, die gingen vechten. En Nasreddin Hodja, die was er ook bij. En die ging luisteren van zo en zo en zo. En dan was er nog een persoon, en die ging ook meeluisteren. Enne, toen kwam die persoon, die mee ging luisteren, die kwam zo naar Nasreddin Hodja en zegt die zo van... uh... Nee! Eerst kwam die persoon, die ging vechten die twee. Eéntje komt. Zegt die zo van: 'Wie heeft er nou gelijk?' Hij vertelt zijn probleem. Zegt: 'Ja, je hebt gelijk.' Komt die andere. Zie zegt zo van uh... Die gaat ook zijn probleem vertellen. Zegt 'ie zo van uh: 'Ja, jij hebt ook gelijk.' Komt die andere, die ging meeluisteren, zegt zo van: 'Ja, wie heeft er nou gelijk? Ze hebben allebei gelijk?' Zegt 'ie: 'Jíj hebt óók gelijk!' Hahaha."
Allen: "Hahaha."
AC: "Van allemaal zulke moppen. Je hebt ook moppen van Hacivat en Karatas."
TM: "Is dat niet een soort poppenspel?"
AC: "Ja, dat is een poppenspel, maar in die poppenspel vertellen ze allemaal moppen tegen mekaar. Zeg maar: tijdens het praten gaan ze moppen tegen mekaar doen."
MvD: "Zijn dat bijvoorbeeld politieke moppen?"
AC: "Ja, het is meer voor kinderen bestemd. Ja, gewoon kindermoppen. Ik heb er zelf niet naar gekeken, hoor. Toen ik klein was, had je hier nog geen Turkse zenders. Ik heb ze niet gezien. Maar ik heb wel van mijn ouders gehoord, dat ze vroeger, toen ze nog in Turkije waren, er heel vaak naar keken."
(Op 15 december 1999 verteld in het Volksbuurtmuseum te Lombok, Utrecht)
Onderwerp
VDK 1583* - Iedereen had gelijk   
Beschrijving
Twee mensen hebben ruzie. Ieder vraagt aan Nasreddin Hodja wie er gelijk heeft, en hij geeft steeds de spreker gelijk. Een omstander vraagt aan Nasreddin Hodja wie er nu gelijk heeft. De hodja zegt dat de omstander gelijk heeft.
Bron
bandopname interview in Volksbuurtmuseum Oud Lombok, 15 december 1999 (archief MI)
Commentaar
15 december 1999
Iedereen had gelijk
Naam Overig in Tekst
Turkse   
Nasreddin Hodja   
Hacivat   
Naam Locatie in Tekst
Karatas   
Turkije   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
