Hoofdtekst
Teur Deroo, hier ip Westkerke, leerde vroeger toveren bie Droeksje. "Zie je benauwd?" vroeg Droeksje. "’k Zien van niet nietent benauwd!" zei Teur. "Je moet ton over alles deuregoan u (als) je etwa tegenkomt" zei Droeksje. In ’t nor huus goan zaag Teur ameki e groate zwarten hoend ip de straote liggen, met e keten an z’n nekke. Je schopte dertegen en ’t was lucht, dien hoend was gin hoend gewist.
Onderwerp
SINSAG 0331 - Spuktier kann nicht getroffen (gefangen) werden
  
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een man leerde bij een tovenaar toveren. Toen de man naar huis ging, vroeg de tovenaar hem of hij bang was. Daarop antwoordde de man: "Ik ben nergens bang voor!" De tovenaar zei: "Als je onderweg iets tegenkomt, moet je er gewoon overheen stappen". Op zijn weg naar huis zag de man een grote zwarte hond met kettingen op straat liggen. De man schopte tegen het dier, maar hij schopte met zijn voet in de lucht.
Bron
M.-R. Nijsters, Leuven, 1969
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (nw van houtland)
130.2
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Westkerke   
