Hoofdtekst
Bij Driesen aan de kerk woren ze aan 't tesen (kaarten) met vieren. Ze wachtten voor 't spook te pakken. Dat spook kuum alle nachten nie. Ze hadden al e paar nachten opgepast, maar 't koom nie en toen, dien avond hoorden ze gerammel in de kalder, jus wei ene die teljoren kapot werpt, e gerammel met ketelen en roompotten dat den hele boel daverde. En ze woren direkt nie dorren (durven) kijken gaan en daarna was niks te zien en niks gebroken. Dat was e spook geweest.
Beschrijving
Bij D. zaten vier mannen te kaarten in de hoop dat ze 's nachts het spook zouden kunnen vangen. Opeens hoorden de mannen gerammel in de kelder. Er was echter niets te zien.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (bilzen)
258
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hoelbeek   
