Hoofdtekst
Da was mee de zeven van avond langs de kant van Louise. Met ne wink sta’k ik daar in ne gloed. ’t Was al rood rond mij, rood gelijk bloed. Ik meende dat ik in ’t licht van een deure stond die opengetrokken was. “Hebde ’t gezien”, zei’t er ne man en ’t stond ne man in. Dat licht was vlak op mij gevallen. De mensen zeiden dat dat een vallende sterre was. Dat is eigenlijk een natuurlijk iets. Dat is ’t geen men noemt “’t noorderlicht”. Dat rood was als bloed en de mensen zeiden dat dat een voorbode was van een grote ramp, nen oorlog of een groot ongeluk.
Onderwerp
SINSAG 0487 - Vorbedeutung anderer Ereignisse.   
Beschrijving
Een man die op zeven uur ’s avonds op pad was, werd plots omringd door een gloed zo rood als bloed. De mensen vertelden dat het een vallende ster was geweest. Het was ‘het noorderlicht’, dat een groot ongeluk aankondigde.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
43
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Ronse   
