Hoofdtekst
Oeme tielik gingen gaan werken binst de zomer, passeerden me langs de vijver van een grote hofstee, en m’hoorden olsan een groot lawijd in de vijver, een grote doeffelinge (geharrewar) en dikkens hoorden we ketens ruttelen (rammelen) en da wos de waterduvel die in ’t water zat.
Beschrijving
Enkele mannen die tijdens de zomer altijd vroeg naar hun werk vertrokken, hoorden bij een vijver in Wijtschate lawaai en gerammel van kettingen. Dat was de waterduivel die in het water zat.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (ieper)
8
Jeugd van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Wijtschate   
Plaats van Handelen
Wijtschate   
