Hoofdtekst
’t Was daar een hele menage en al ’t vrouwvolk was daar betoverd deur een wuveke. En de moeder en de tante zijn doodgegaan en de meiskes zijn nu nog abnormaal en ze dragen een stikske van Pater Pols kleed van Steenbrugge. De twee dochters en d’ouders hadden dadde, de zeuns hèn da nooit geweten. En ze dragen nu nog alten voort die relikwie. Maar ‘k magge vaneigens die mensen nie noemen.
Beschrijving
Een vrouw was betoverd door een toveres. De moeder en de tante van die vrouw zijn gestorven en haar kinderen zijn abnormaal en dragen een stukje van het kleed van een pater van Steenbrugge.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (o van houtland)
279
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Steenbrugge (paters van)   
paters van Steenbrugge   
Naam Locatie in Tekst
Wingene   
Plaats van Handelen
Steenbrugge   
