Hoofdtekst
I -En waren d’er bijvoorbeeld kinderen die tovermacht bezaten?2 -Ah ja, die jongen die ... die begaafd zijn. Kinderen tuurlijk.I -En wat konden die zoal?2 LL -Kinderen die alles wisten hé, die over dingen zeiden (Dat ligt daar.( kijk gelijk “Waar is mijn muts” bijvoorbeeld vroeger mensen die een andere muts ôn (hadden) “kijk dat ligt daar hé.” die zagen dat direct hé, allerlei dingen hé.I -En konden ze ook andere dingen gelijk bijvoorbeeld koren zwart maken of ...2 -Ja, d’er waren kinderen die geweldige krachten bezaten hé, voorwerpen doen verplaatsen en alles, dat bestond ook hé, kasten die draaien, die dat somstijds, zonder dat ze het wisten hé, allez, zonder dat ze het wisten mag ik niet zeggen dus hé, maar euh ...I -Onbewust?2 -Onbewust ja. Onbewust.
Beschrijving
Er waren kinderen die over bijzondere krachten beschikten, waardoor ze alles wisten. Ze konden zelfs voorwerpen doen bewegen.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (groot-zottegem)
2LL
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Strijpen   
