Hoofdtekst
12: En dat van dat kind, staat dat er niet in (in mijn bladen)?Y: Ah ja, dat het geboren was daar…12: Ja, maar dat is gebeurd ook.X: Hoe was dat, van dat kind?12: Van dat … dat was… eh ja, staat het niet in je boek?Z: Van dat mirakel, in de Bruggestraat.12: Van dat mirakelbeeld, ja. Ah, wel, ze woonden daar vlak achter de Sint-Bertinuskerk. Hoe heet dat straatje weer, eh, achter de Sint-Janskerk?X: Wel, Sint-Janskruisstraat zeker.12: Ja.X: Of de Bruggestraat?12: Neenee, nee, dat vrouwtje woonde niet in de Bruggestraat hoor, het was in de Sint-Janskruisstraat dat ze woonde. Wel, dat kindje was dood, wel. Ze hebben erg veel gelamenteerd en gedaan en het heeft nog een uur geleefd zeker, als ze het uitgehaald hebben. Het was al begraven en ze hebben het ontgraven. Het heeft nog geleefd en ze hebben het kunnen dopen, ze hebben het kunnen dopen en allemaal.X: En het is dan toch gestorven?12: Ah ja, natuurlijk. Dat was een mirakel.
Beschrijving
In de Sint-Janskruisstraat in Poperinge woonde een vrouw wiens kindje ongedoopt was gestorven. Toen het kindje opnieuw werd opgegraven, heeft het nog een uur geleefd, zodat het kon gedoopt worden. Dat was een mirakel.
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
5. Sagen - Legenden
west-vlaams (poperinge)
12N
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
Plaats van Handelen
Poperinge   
Sint-Janskruisstraat (Poperinge)   
