Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

AMICH0077_0077_42819

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Variant: van de mare gereden; man tijdens slaap bijna verpletterd door enorme vent.Dat is een stilstand in 't bloed. Sommige mensen geraken soms niet naar huis en kunnen dan niet thuis geraken. Dat is behekst, wordt gezegd. Ik zijn van zijn leven van de mare gereden.Dat is dromen gelijk ze zeggen nu. Ik slaap voor de eerste nacht in een verse kamer alleen. En ik droom. 'k Zijn wakker en ik slaap toch. En dan komt een vent binnen, 7 venten dik. En die smijt ineens zijn eigen op mijn lichaam he. En ik lig er verpletterd onder. En ik roep op onze vader. Maar roepen, maar roepen. Niemand hoort iets. Dat gaf geen klank. En die vent gaat er af en ineens zo'n klank dat heel het huis wakker was. Ik was toen 16-17 jaar, denk ik. Nee, begot, 'k was er 19. "Wat was dat", zeiden ze. En ikke moe en bezweet. En een vent met een mustache lijk horens van een stier. 'k Zie hem nog altijd op mijn lijf vliegen.

Onderwerp

SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten    SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   

Beschrijving

Mensen die door de mare werden bereden, hadden in werkelijkheid een stilstand van het bloed. Soms kon het gebeuren dat slachtoffers van de mare niet thuis konden geraken.
Een jongen die voor de eerste keer alleen lag te slapen in een onbekende kamer, had een droom, maar was zich vreemd genoeg bewust van het feit dat hij droomde. De jongen zag een kerel binnenkomen, die zo dik was als zeven mannen bij elkaar. De dikke verschijning, die een snor had die op de horens van een stier leek, ging op de jongen liggen en verpletterde hem. De jongen riep zijn vader, maar er kwam geen geluid uit zijn keel. Even later liet de dikke verschijning de jongen met rust. Plots produceerde de jongen zoveel geluid dat iedereen in huis wakker was.

Bron

A. Michielsen, Leuven, 1964

Commentaar

1.5 Plaaggeesten
antwerps (land van herentals)
150
1913
memoraat

Naam Locatie in Tekst

Herentals    Herentals