Hoofdtekst
Mennes zijne jong was zeekapitein en die had veel van die toverboeken gelèzen. En toen was een vrouw in Lanaken, die bracht haar twee dochters bekans (bijna) tot de dood. Zo vermateliseerde (martelde) ze die. Ze woren levende geraamtes. En die jong gong naar haar en zei: 'Doe dat nu ooch eens met mich wat ger met er (uw) dochters doet.' 'Och', zei ze, 'Laat mech toch nu. Ich bin daarvan af' en toen zei er: 'Met mich zou 't ooch nie pakken.' Ja, die kos dat tegenmiddel zeker daarvoor. Die vrouw leeft nu nog.
Beschrijving
In Lanaken woonde een vrouw die haar dochters martelde tot ze bijna dood waren. Een kapitein die veel toverboeken had gelezen, ging naar de vrouw en zei: "Doe nu ook eens met mij wat je met je dochters doet". Dat kon de heks echter niet.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bilzen)
430
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rosmeer   
Plaats van Handelen
Lanaken   
