Hoofdtekst
In Hengerke (Hendrieken) was een meisje behekst. Ze was maar 'n vijftien jaar en ze kon niet meer op uit het bed. En weet ge wie dat gedaan had? Haar bloedeigen moeder. En de mensen konden dat niet aanzien van zo'n arm kind en ze gingen het pastoorke van Offelken halen, dat heilig manneke was wijd en breed bekend. Ze waren met een wagen en daar zat het pastoorke van Offelken op maar toen ze op de grond van Hengerke kwamen, was er geen paard dat nog een voet verzetten wou, en toen zijn ze te voet moeten gaan. Het pastoorke heeft het meisje toen overlezen en zo nog 't een en 't ander gedaan en toen is ze opgestaan en toen is de moeder in 't bed gaan liggen en heeft toen niet lang meer geleefd. En wat in 't kussen van het meisje stak, dat raakt kant nog einde, één roos.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
In Hendrieken woonde een vijftienjarig meisje dat behekst was en daardoor zelfs niet meer kon opstaan uit haar bed. Omdat de mensen uit de buurt wel wisten dat de bloedeigen moeder van het meisje voor het onheil verantwoordelijk was, lieten ze de pastoor van Offelken komen. De mensen reden samen met de pastoor in een paardenkoets naar het huis van het meisje. Zodra de paarden het grondgebied van Hendrieken betraden, wilden ze echter geen poot meer verzetten. De pastoor is dan te voet verder gegaan. Nadat de pastoor het meisje had overlezen, is ze volledig genezen uit het bed gestapt. Haar moeder is dan zelf in het bed gaan liggen en is daar nooit meer levend uit opgestaan. In het kussen waarop het meisje al die tijd had gelegen, vond men een roos.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
2.1 Heksen
zuid-limburgs
Heksen slaan de hand aan eigen familie: variante 2
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Voort   
Plaats van Handelen
Hendrieken   
Offelken   
