Hoofdtekst
Hier bij mijn grootouwers: hun karn en geraaktegen niet af, en dat was al enige keren vorengevallen en ze waren zij ook bij de paters geweest. En de pater daar naartoegekomen, en rond haar geleeg ginder was er azo een verborgen haag, en ’t er stond ginder ook een meetjen te boteren, en de pater zei dat ze er moesten naar kijken en ze zagen ze. En hij is hij beginnen te lezen en hij heeft hij gezeid: “Dat ze nen ouker (emmer) mestpoel (mestgier) in de karn moesten gieten. En hij zei: “De karn zal wel bedorven zijn en d’ouwe goed, nu giete diëne mestpoel in haar karn”, zei hij. “Kijk, ziet ge ze ermee optrekken?” zei hij.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Op een boerderij waar men geen boter kon karnen, ging men te rade bij de paters. Een pater kwam ter plaatse en wees de mensen op een vrouw die achter een verborgen haag boter aan het karnen was. Nadat de pater een tijdje had gebeden, vroeg hij de mensen om een emmer mest in het botervat te gieten. Even later was het botervat van die vrouw gevuld met mest.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (denderstreek)
394
Grootouders van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Steenhuize-Wijnhuize   
