Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

JASPE0131_0133_11763 - Terugkerende doden komen niet meer nadat men de schat heeft gevonden

Een sage (mondeling), 1958

Hoofdtekst

In de Valkestrate woonde Wanne in “De Grote Valke” nevens (naast) “Sint Antone” maar ge hadt er Edward Schacht ertussen. Wanne is lange dood. Ze was al ’n geheel oudewets mens met een wit gepuupt (gepijpt) mutsje - Amelie Filliaert puupte ze altijd - en ze was schone weie (hoor)! Ze froeg gouden klokken (oorbellen) in haar oren. ’t Waren druivetakken; kijk ze waren wel zolang lijk ’n halve vinger! En z’had ’n blauwe stofferok: dat was dik goed lik van pardessus. De zondag stond ze daar met ’n klaar geperte (geruite) schorte en in de werkedagen, blauwe. ’t Is lik da’k ze nog zie... ’t was ton (toen) nog de maalpost die lipe van Oostende naar Veurne en hij stond altijds aan “De Papegaai”, war dat nu ’t college is. Hij kwam ’s nuchtens binnen te zes en half en kwam ’s avonds were te zes en half en reed ton (dan) deure (door) weer naar Veurne.’t Is lange geleen, en up ’n zekeren avond kwam er familie van Oostende bij Wanne uit de Valke. ’t Waren twee venten en ze kosten niet were naar huis. “Kunnen me (we) wieder (wij) hier niet logeren?” vroegen ze. “’t Is maar platse op de voute”, zei Wanne uit de Valke. “Maar je mag daar slapen osje (als ge) durft!...” “Ewê (hewel), van winne (wat) zou me wieder (wij) niet durven?” “’t Kan hier niemand slapen!” zei Wanne uit de Valke. “Ewê, wat hapert er hier?” - “Ja, welheere, dat is hier kalaberinge (lawaai) ’s nachts. ’t Is hier altijds bij nachte zulk aardig geruchte dat er hier niemand kan slapen. Maar asje durft, je mag giender (gij) weie (hoor)...” En die mensen zijn naar ulder (hun) bedde gegaan op de voute bij Wanne uit de Valke en gauw in slape gevallen, maar endelinge (eindelijk) wakker gekomen door geruchte dat ze hoorden, maar niet wetende winne (wat) dat ’t was. Maar die mensen hielden ulder (zich) stijf (zeer) stille in ulder (hun) bedde en in plaatse van te slapen, ze hielden ulder (zich) wakker. En kijk, verdorrelinge, in de voorzichtigheid zagen ze daar twee mannen binnenkomen met een keersepanne en die tegen mekaars zeiden: “Zou t’en (hij) wel vaste genoeg slapen? - We gaan ne keer gaan kijken.” En een van die twee is gaan kijken. Hij gaf de twee vinters (venten) in bedde ’n ferme schuddinge en trok een brokke (beetje) dekkinge af en hij zei: “Ze slapen vaste, we gaan nu aan ’t werk.” En ze zijn naar den heerd gegaan en hebben een tichel (tegel) uitgenomen en een grote zak geld uit den pit (put) gehaald en geteld op tafel. En als ze dat geld geteld hadden, hoorden de vinters (venten) zeggen: “Ja, alles is juiste en we gaan ’t opruimen en de papieren erbij.” En ton (dan) verdwenen ze. Als ’t nu nuchten was en bij de kimminge (gloren) van den dag zijn die mensen van Oostende upgestaan en Wanne uit de Valke vroeg of ze wel geslapen hadden. “Extra-goed!” zeien ze. “En heb je van niet gestoord geweest?” “Ja’w, we keken met een oge half toe.” en ze vertelden ’t gene dat ze gezien en gehoord hadden tegen Wanne. En z’hebben ton (dan) alles uitgehaald van onder den tichel uit dien pit. En die mensen zeiden: “Kijk, ga naar den paster en vraagt wat die papieren toch mogen zijn en winne (wat) datter mee te doene is. En Wanne uit de Valke is gegaan. Ze kreeg klaarte en bracht ’t al up zijn plooi. Ze voerden de papieren uit en d’overschot was voor haar en ze zette een stage (verdieping) up haar doeninge in de Valkestrate. En z’heeft nooit of nooit iets meer gezien of gehoord bij nachte.

Onderwerp

SINSAG 0401 - Der verborgene Schatz.    SINSAG 0401 - Der verborgene Schatz.   

Beschrijving

In de Valkestraat woonde een vrouw die op een avond familieleden uit Oostende op bezoek kreeg, die wilden komen logeren. De vrouw vond het goed dat de mensen bleven slapen, maar ze waarschuwde hen wel dat er 's nachts altijd een vreemd lawaai te horen was. 's Nachts werden de twee mannen wakker van een geluid, maar ze deden alsof ze nog in een diepe slaap waren. Zo zagen de mannen twee vreemde figuren binnenkomen. De spoken kwamen kijken of de mannen wel echt sliepen en trokken vervolgens een tegel uit de haard. Uit een put haalden ze een grote zak met geldstukken die ze begonnen te tellen. "Ja, alles is juist. We gaan het terugleggen met de papieren erbij", zeiden de spoken. Daarna verdwenen ze. Nadat de mannen 's ochtends alles aan de vrouw hadden verteld, haalden ze samen het geld boven. De vrouw ging met de papieren naar de pastoor. Nadat de instructies waren uitgevoerd, deelde de geestelijke mee dat de overschot van het geld voor de vrouw was. De vrouw bouwde een extra verdieping in haar huis en ze heeft 's nachts nooit nog iets gezien of gehoord.

Bron

J. Aspeslagh, Leuven, 1958

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
112
fabulaat
Opname van E.H. P. Declerck (Nieuwpoort Bad)

Naam Locatie in Tekst

Nieuwpoort    Nieuwpoort   

Plaats van Handelen

Oostende    Oostende   

Valkestraat    Valkestraat