Hoofdtekst
Up ’t hof van Dionysius Hosten up de Ruyterhoek, de koeien liepen dor ook los. En o ze dor ’s navonds zaten, de marbels (knikkers) rolden lansen trap. En o ze gingen gon kijken ze zagen niet. ’t Wos dor e masse geruchte up de zolder. Z’an dor èn achterkeuken. En ze mosten zieder dor bij die zwijnemoere zitten en de boer zei: "Oj etwot hoort, je moet mor roepen." En ’t wos dor e gatje in de zolder en ’t droei dor e vinger roend en de joengens dosten niet roepen van benauwdheid. En de paster ging toen e keer in ’t koeistol. Ze mosten zieder bluven in huus. Enne zei: "O’k ik langer wegzitten dan twintig minuten, je moet e keer kommen kijken." Achter die twintig minuten, boer Hosten ging gon kijken enne zagten dor zweten enne wos hij toen verlost. Enne zei datten niet wiste dat’t zo erg wos.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Op een boerderij op de Ruyterhoek werden de koeien losgemaakt. 's Avonds rolden er knikkers van de trap. Wanneer men ging kijken, was er echter niets te zien. Op de zolder hoorde men veel lawaai. Op een nacht moesten de knechten bij drie zeugen waken. "Als jullie iets horen, dan roep je mij maar", had de boer gezegd. In de zoldering was een gaatje. Op zeker ogenblik zagen de knechten een vinger door dat gaatje steken, maar ze durfden niet te roepen. De boer liet de pastoor komen om de koeienstal te overlezen. De geestelijke sprak: "Als ik langer dan twintig minuten wegblijf, dan moet je eens komen kijken". Na twintig minuten zag de boer dat de geestelijke helemaal bezweet was. Daarna was de pastoor verlost.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (vrijbos)
160F
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Dionysius Hosten   
Naam Locatie in Tekst
Zarren   
Plaats van Handelen
Ruyterhoek   
