Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MDREE0467_0469_2923 - Pastoor van Ketsingen op reis met zijn koster

Een mop (mondeling), 1967

Default_A_praying_Belgian_pastor_kneeling_19th_century_0.jpg

Hoofdtekst

Pastoor had e väreken geslach(t), en he wis(t) nie bohene (= waarheen) met zij(n) spek.- 'Da's niks, zei de köster, we leggen het op de kerekzolder in een kuip.'- 'Goed, zei de pastoor, doa vindt het nomand.'E beetsje ternoa ging de pastoor kieke noa zij(n) spek en he zei tegen de köster:- 'Köster, mij(n) spek mindert zo fel!' ( -Mè, dat was de koster wa aan 't spek ging, hein! - )- 'Ich weet nie wie op de kerekzolder zou komen, zei de köster, we zullen eens passen t' rop.' Mè doa kwam niemand natuurlijk! - 'Da's niks, zei de köster tegen de pastoor, ich zal hem toch krijgen!'Toen had de köster de heel heiligen van de kerek rond de kuip gezatte (= gezet), en he ging de pastoor roepen.De pastoor zag dat:- 'Dat zullen ze betalen!' zeiter, en he nam ene stek, en he houwde ze de kop af allemaal. Mè de bisschop van Maatrich(t) was dat a(ch)ter weet (ge)komen, en toen moesten de pastoor en de köster boetvaardigheid doen. De pastoor en de köster gingen op reis, en ze hadden al gegaan enen hele stoot, toen kreeg de pastoor honger. Hij zag de Köster aan 't eten...- 'Wa eets tich maar?'- 'Iet wa ich onder de baan opgeraap(t) heb.'- 'As zje het nog vindt, dan moo't (= moet ge het) mich zeggen.' ( - Mè, dat was enen darem saucies.-)Toen votsgegaan, en doa lagen pjadsvijgen (= paardevijgen).- 'Doa, meneer pastoor!'De pastoor raapte het op.- 'Ja, mè dat is pjadstr...!'-'Dat heb ich (ge)geten!' mè de pastoor at het nie. Nog verder kwamen ze aan e huiske. Ze klopten op de deur, en de pastoor vroeg ofter moogde binnekomen.- 'Wie is het?' vroeg het männeke.- 'Da pastoor van Ketsingen met zijne köster op reis.'- 'Kom maar binne dan.'Ze gingen in. - 'He(b)t zje nie honger?' vroeg het männeke.- 'Jawel, zei de pastoor, ich heb niks mee(r) (ge)geten van deze möregend.'- 'Ich heb wel boonsoep' zei 't männeke.- 'Dat heb ich gaarne' zei de pastoor.Terwijl at het männeke de soep ging halen zei de pastoor tegen de köster: - 'Treed maar op mijnen teen as ich nie te veel eet!'- 'Goed, zei de köster, as het omtrent genoeg is zal ich op oeren (= uwen) teen treden.'Het männeke kwam met de soep. Mè doa lag ene groten hond onder de tafel... De pastoor had nog maar ene leupel of twee (ge)geten, toen stond de hond rech(t) en he trièdde (= trad) de pastoor op zijne teen. De pastoor legde de leupel dal (= neer) en at niemee; hij meende dat het de köster was.Toen zegt het männeke van slapen te blijven, mè hij had maar éé(n) bed.- 'Da's niks, zei de pastoor, we zullen in de huis (= huiskamer) zitten blijven.'( - De pastoor dach(t) : dan kan ich nog aan de soep gaan!...-)Toen ging het männeke slapen en het wijfken ook.Toen zei de pastoor tegen de köster:-'Boveur (= waarom) he(b)t zje mich zo gauw op mijnen teen getreden, ich had nog maar twee leupele (= lepels) (ge)geten!'- 'Ich heb oech (= U) nie op oeren teen getreden, zei de köster, dan is het die grote hond gewees(t)! Mè, da's niks, zei de köster, ich zal oech nog ene potleupel of twie, drai gaan halen!'Mè de köster liep contrarie kamer binne. Hij zag het wijfke in het bed en hij zag de soepketel staan in de kamer. Het wijfke liet sjiete (= veesten).- 'De hoefs (= ge hoeft) zo nie te blazen, zei de köster, de soep is toch niemee warem.!'Mè het hield nie op.- 'Oh, de blus (= ge blaast) nog?!' zei de köster, en toen pakteter de potleupel met de soep en he sloeg het wijfke tegen haar achterste.Toen jonde (= werd) het wakker, en ze riep hare man: 'Wa heb ich nu (ge)kregen?!'Toen ging het männeke de pastoor roepen. Hij kwam in de kamer:- 'Fooi, Fooi! zei de pastoor, Mieke he(ef)t een indigestie, die he(ef)t te veel boonsoep (ge)geten, want de heel bonen komen terug uit, en ich heb geen gehad!'

Onderwerp

ATU 1691 - The Hungry Clergyman    ATU 1691 - The Hungry Clergyman   

AT 1691 - "Don't Eat too Greedily."    AT 1691 - "Don't Eat too Greedily."   

ATU 1792 - The Stingy Clergyman and the Slaughtered Pig.    ATU 1792 - The Stingy Clergyman and the Slaughtered Pig.   

AT 1792 - The Stingy Parson and the Slaughtered Pig    AT 1792 - The Stingy Parson and the Slaughtered Pig   

ATU 1775 - The Hungry Clergyman.    ATU 1775 - The Hungry Clergyman.   

AT 1775 - The Hungry Parson    AT 1775 - The Hungry Parson   

Beschrijving

De pastoor van Ketsingen had een varken geslacht en wist niet wat hij met al het spek moest doen. "We zullen het spek in een kuip op de zolder zetten", zei de koster. Een tijdje later ging de pastoor eens kijken op de zolder en sprak tot de koster: "Het lijkt wel alsof er alsmaar minder spek in de kuip zit!" De volgende nacht besloten de pastoor en de koster de wacht te houden bij het spek. Natuurlijk kwam er die nacht niemand opdagen. De volgende ochtend zei de koster: "Dat is niet erg, meneer pastoor, ik zal er hoedanook voor zorgen dat ik de dief te pakken krijg!" De volgende dag had de koster alle heiligenbeelden uit de kerk rond de kuip gezet. Toen de pastoor dat zag, was hij razend en sloeg alle beelden de kop af. Omdat de bisschop van Maastricht dat echter te weten was gekomen, moesten de pastoor en de koster op bedevaart gaan om boete te doen voor deze heiligschennis. Onderweg zag de pastoor dat de koster aan het eten was. De koster beweerde dat hij iets at dat hij langs de weg had gevonden. "Als je nog eens zoiets vindt, geef mij dan ook wat", sprak de pastoor. Wat verderop zag de koster enkele paardenvijgen langs de weg liggen. Daarop zei hij: "Kijk meneer pastoor, zoiets heb ik daarnet gegeten!" De pastoor wilde echter niet eten van de viezigheid. Na een tijdje kwamen de pastoor en de koster bij een huis, waar ze aanklopten. De vriendelijke gastheer bood het tweetal bonensoep aan. Vooraleer hij begon te eten, zei de pastoor tegen de koster: "Als ik teveel eet, dan moet je mij waarschuwen en me op mijn teen trappen". Toen de pastoor twee lepels soep had gegeten, trapte de hond van de gastheer op zijn teen. In de overtuiging dat het de koster was geweest, stopte de pastoor onmiddellijk met eten. Na de maaltijd bood de gastheer het tweetal aan om te blijven slapen. Omdat de man echter maar één bed had, dat hij met zijn vrouw deelde, bleven de pastoor en de koster in de huiskamer slapen. Toen het tweetal alleen was, sprak de pastoor tot de koster: "Waarom had je mij nu al zo gauw op mijn teen getrapt? Ik had nog maar twee lepels soep gegeten!", waarop de koster antwoordde: "Ik heb helemaal niet op je teen getrapt. Dat moet de hond geweest zijn! Maak je maar geen zorgen, ik zal zometeen nog wat soep voor je halen." De koster zag dat de kookpot met de soep in de kamer stond, waar de gastheer met zijn vrouw lag te slapen. Omdat de vrouw voortdurend winden liet, zei de koster: "Je hoeft niet zo te blazen! De soep is toch niet meer warm, hoor!" De vrouw hield niet op met winden laten, en de koster sloeg haar met de lepel tegen het achterste. Daarop werd de vrouw wakker en sprak tot haar man: "Wat heb ik nu opeens gekregen?" De man stond op en ging de pastoor roepen. In de kamer gekomen, sprak de geestelijke: "Foei, foei! Mieke heeft een indigestie omdat ze teveel bonensoep heeft gegeten! De bonen komen al opnieuw tevoorschijn, terwijl ik er helemaal geen heb gekregen!"

Bron

M. Dreezen, Leuven, 1967

Commentaar

6. Sagen - Sprookjes
limburgs (tongeren en omstreken)
1172
fabulaat
Cfr. AT, Type 1792, "The Stingy Parson and the Slaughtered Pig"
AT, Type 1775, "The Hungry Parson on the hunting trip"
AT, Type 1691, 'Don't Eat too Greedily"

Naam Locatie in Tekst

Ketsingen    Ketsingen   

Plaats van Handelen

Ketsingen    Ketsingen   

Maastricht    Maastricht