Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OMATT0127_0128_18534 - Man kan men niet achterhalen.

Een sage (mondeling), (foutieve datum)

Hoofdtekst

Verschuere kwam ’t senachts van Sint Joris, ’t was tons (dan) al rond den elven, den twaalven of nog meer, en hij ziet een gestalte een endeken voor hem lopen. Hij peist "Nondedomme, ‘k ga wat zeerder (rapper) gaan, da’k hem inhale." Hij verzeerdige, maar kwam niet nadre. Hij peist: "Potverdomme, ‘k ga wat lopen, ‘k zal hem wel krijgen." Maar in de plaatse van te vernaderen verachterdige hij. Hij zegt in zijn eigen: wat is da nu? Hij verzeert nog en al mee ne keer, hij was tons al verdicht, vloog dat spook in ’t watere en al ’t lis lag zo plat of die tafele. En d’er was gene storm of wind hé, man.

Beschrijving

Een man kwam omstreeks elf of twaalf uur 's avonds terug van Sint-Joris-ten-Distel, toen hij vóór zich een gedaante zag lopen. De man besloot wat sneller te stappen om de gedaante in te halen. Dat bleek echter onmogelijk. Hoe sneller de man stapte, hoe meer hij achterop raakte. Op zeker ogenblik vloog het spook in het water. Het lis lag helemaal plat, hoewel er geen wind was.

Bron

O. Mattheeuws, Leuven, s.d.

Commentaar

1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
162
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Knesselare    Knesselare   

Plaats van Handelen

Sint-Joris-ten-Distel    Sint-Joris-ten-Distel