Hoofdtekst
C M: D'er was ook zo ergens nen bosdoktoor. Ik: Van Boekweitstro, kan dat? M: Nee, wacht even. S: Ne bosdoktoor, dat was enen die met kruiden werkte hé? M: Ja en die werkte met den duvel. Peerke... Ik: Ja, van Boekweitsro. M: Ah ja, da's toch juist. Ge kent hem. Ik: Ja, daar kwamen ze naar 't schijnt van overal naartoe. M: Die kon de mensen genezen, maar dat was met den duvel hé. Ik: Dat zeiden ze zeker. M: Ja, 'k weet daar ook niet het fijne van. S: Ge zou pater De Brabandere eens moeten horen, die exorceert en die weet veel dingen. Die zei ook dat sexueel gefrustreerden en mensen in de puberteit gemakkelijk onder invloed van geesten kunnen komen. Ik: Maar (tot Marie-Thérèse) ge zegt dat Peerke met de duivel werkte, maar die man deed toch goed, die hielp de mensen toch. M: Ja, die deed goed, maar daar moet toch iets ingezeten hebben, want van de pastoor mocht hij die dingen niet doen. S: Maar dat was meestal zo zenne. Nu is dat toch een beetje aan het veranderen...... (Sara vertelt weer eens over haar belevenissen, dit keer gaat het over heiligen, verhalen uit de bijbel en reïncarnatie) M: Maar dat heb ik wel al dikwijls gehoord, dat heksen gemeenschap hadden met den duvel. S: Ja, ik heb dat ook gelezen, dat ge dingen niet kon of ge moest naakt zijn en op ne nacht en het sexuele moest erbij zijn. 'k Weet wel niet waarom. Ik: Ze zeggen ook dat het louter verzinsel van de heksenvervolgers zou kunnen zijn. ..... (hier draait het gesprek weer uit op geesten)
Beschrijving
Een bosdokter genas de mensen door de kracht van de duivel.
Bron
H. Schallenbergh, Leuven, 2000
Commentaar
antwerps (mechelen en omstreken)
15C
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mechelen   
