Hoofdtekst
Ja, omdat die geuren ondergronds nogal eh.. bijzonder goed doordrongen, ehm.. ontdekte je op een gegeven moment ook, d’r waren een aantal mijnwerkers bij die.. die waren boeren, eh.. die brachten dan appels mee, nou, en dat rook je. En dan draaide je zo eens om die jas heen. En op een gegeven moment pikte je zijn appel mee en die at je op. Nou, dat had ie heus wel in de smiezen wie dat gedaan had en... Och, dat ging in het algemeen in een kameraadschappelijke sfeer. Maar de volgende dag dacht ie: nou ehm.., ik krijg hem vandaag en ik laat die appels niet in mijn jaszak zitten, maar ik verberg die onder een laagje kolengruis. Maar weer door die geur werd ook die plek verraden. En dan was het zo'n rivaliteit van, ja, jij verbergt ze en ik krijg ze toch. Daar werd om gelachen en.. en.. en dat werd weer goed gemaakt op een of andere manier. Dat liep ook wel eens uit tot minder prettige dingen. Daar waren bepaalde mensen die.. die dronken de koffieblik van iemand anders leeg. En vooral op het einde van de dienst, nou, dan was zo'n laatste slok, die was geld waard. En als ze dan in de gaten hadden dat dat steeds dezelfde persoon was die dat deed, dan eh.. haalden ze wel eens het geintje uit om in plaats van koffie d’r in eh.. olie d’r in te doen. En als ie dan zo in het donker een flinke teug nam, dan was die behoorlijk gestraft voor het feit dat ie teveel misbruik maakte van eigenlijk het onderlinge vertrouwen, het onderling samenzijn van, nou ja, ik heb wat en da.. daar kun je ook aan.. aan delen. Want dat was heel normaal. Ehm.. zeker als.. als.. als toezichtsman, dat je door zo'n pijler kroop, nou, dan kon je moeilijk je koffieblik meenemen, want dat ding dat was de halve tijd open of kapot. Maar ja, maar je had evengoed dorst als ieder ander en dan zei je tegen iemand: “Heb je nog wat eh.. in de blêk?” Nou, dat was normaal, dat je bij iemand d’r aan dronk, ik bedoel, dat.. dat hoorde d’r zo bij daar. Maar als je daar misbruik van maakte, dan namen ze wraak en lieten je een keer olie drinken, dan was je d’r vanaf.
Beschrijving
In de kolenmijn kon het een spelletje zijn om bijvoorbeeld iemands appel te pikken. Meestal verliepen dat soort spelletjes in kameraadschappelijke sfeer. Met elkaar delen was heel gebruikelijk. Je moest daar echter geen misbruik van maken, want dan kon je een straf verwachten. Dronk je bijvoorbeeld telkens het koffieblik van een ander leeg, dan werd er een keer olie i.p.v. koffie in het koffieblik gedaan.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Commentaar
- Verteller onbekend. VODA_043_01 t/m 15 worden verteld door dezelfde persoon. Hij werkte vanaf 1940 in de kolenmijn.
- Verteller vertelt in VODA_043_02 dat hij in staatsmijn Maurits (Lutterade, Geleen) werkte. Lutterade, Geleen is daarom telkens aangehouden als lokatie.
- Datum van opname is onbekend. De opgegeven datum is hoogstwaarschijnlijk de datum waarop het verhaal is uitgezonden op de radio. Het verhaal moet dan vóór 8 augustus 1973 zijn opgenomen.
- Verteller vertelt in VODA_043_02 dat hij in staatsmijn Maurits (Lutterade, Geleen) werkte. Lutterade, Geleen is daarom telkens aangehouden als lokatie.
- Datum van opname is onbekend. De opgegeven datum is hoogstwaarschijnlijk de datum waarop het verhaal is uitgezonden op de radio. Het verhaal moet dan vóór 8 augustus 1973 zijn opgenomen.

