Hoofdtekst
?: onbekend
V: verteller
?: [..?] Jansen.
V: Ja, dieren ondergronds, dat ehm.. is op zich een vreemde zaak. Eigenlijk ehm.. in een gesteente van.. van 280 miljoen jaar oud, daar zit natuurlijk niets levends meer in. Maar met al het materiaal wat naar beneden komt kan natuurlijk op een gegeven moment een dier, wat bovengronds daar toevallig tussen terechtgekomen is, beneden komen. Ik herinner me dat op een gegeven moment bij het leegmaken van een wagen hout, dat daar een jonge merel onderin zat, die op een of andere manier boven, misschien door beschadiging of wat dan ook, even verdoofd is geweest en ja, beneden weer bij zijn positieve kwam en met veel gespartel onderuit die wagen opsteeg. Dat doet natuurlijk even vreemd aan, omdat je weinig licht hebt, je hoort eens iets, je ziet iets bewegen, dat is niet helemaal duidelijk. Maar dan eh.. was iedereen natuurlijk A, enorm nieuwsgierig en iedereen moest het zien. Maar van de andere kant was de liefde voor dieren zo groot, dat het ook heelhuids naar boven gebracht werd.
Eh.. d’r zijn mijnen geweest waar, mee daardoor, of ook omdat ze minder diep waren, dat speelt natuurlijk een rol, dat daar ratten en muizen ondergronds kwamen, wat op zich vervelend was. Waarbij ehm.. de mensen tot de ontdekking kwamen dat hun pakje brood opgegeten was tegen de tijd dat “bóterham eten” was geblazen. En dan ontdekte men dat dat aan ratten of muizen te wijten was en ik herinner me een verhaal van iemand van de Oranje-Nassau die toen zo handig was geweest om zijn pakje brood aan een touw bovenaan de kappen op te hangen, maar van de andere kant de muizen weer zo handig waren om langs [het bord?] naar boven te klimmen en via het touw toch nog aan z’n bóterhammen te komen, dus toen die terugkwam toen zag die het pakje zwengelen in de ruimte met twee muizen d’r op. D’ natuurlijk een stukje moeilijker.
Verder had je ondergronds wel wat.. wat eh.. muggen of vliegen en dergelijke dingen, die ook met.. met materiaal, of het feit dat resten boterhammen in de wagen waren blijven liggen, ehm.. daar tevoorschijn kwamen. Maar dus altijd eh.. dieren die van bovengronds kwamen, nooit iets wat eh.. echt ondergronds ontstaan was, want dat is eh.. onmogelijk.
V: verteller
?: [..?] Jansen.
V: Ja, dieren ondergronds, dat ehm.. is op zich een vreemde zaak. Eigenlijk ehm.. in een gesteente van.. van 280 miljoen jaar oud, daar zit natuurlijk niets levends meer in. Maar met al het materiaal wat naar beneden komt kan natuurlijk op een gegeven moment een dier, wat bovengronds daar toevallig tussen terechtgekomen is, beneden komen. Ik herinner me dat op een gegeven moment bij het leegmaken van een wagen hout, dat daar een jonge merel onderin zat, die op een of andere manier boven, misschien door beschadiging of wat dan ook, even verdoofd is geweest en ja, beneden weer bij zijn positieve kwam en met veel gespartel onderuit die wagen opsteeg. Dat doet natuurlijk even vreemd aan, omdat je weinig licht hebt, je hoort eens iets, je ziet iets bewegen, dat is niet helemaal duidelijk. Maar dan eh.. was iedereen natuurlijk A, enorm nieuwsgierig en iedereen moest het zien. Maar van de andere kant was de liefde voor dieren zo groot, dat het ook heelhuids naar boven gebracht werd.
Eh.. d’r zijn mijnen geweest waar, mee daardoor, of ook omdat ze minder diep waren, dat speelt natuurlijk een rol, dat daar ratten en muizen ondergronds kwamen, wat op zich vervelend was. Waarbij ehm.. de mensen tot de ontdekking kwamen dat hun pakje brood opgegeten was tegen de tijd dat “bóterham eten” was geblazen. En dan ontdekte men dat dat aan ratten of muizen te wijten was en ik herinner me een verhaal van iemand van de Oranje-Nassau die toen zo handig was geweest om zijn pakje brood aan een touw bovenaan de kappen op te hangen, maar van de andere kant de muizen weer zo handig waren om langs [het bord?] naar boven te klimmen en via het touw toch nog aan z’n bóterhammen te komen, dus toen die terugkwam toen zag die het pakje zwengelen in de ruimte met twee muizen d’r op. D’ natuurlijk een stukje moeilijker.
Verder had je ondergronds wel wat.. wat eh.. muggen of vliegen en dergelijke dingen, die ook met.. met materiaal, of het feit dat resten boterhammen in de wagen waren blijven liggen, ehm.. daar tevoorschijn kwamen. Maar dus altijd eh.. dieren die van bovengronds kwamen, nooit iets wat eh.. echt ondergronds ontstaan was, want dat is eh.. onmogelijk.
Beschrijving
In de kolenmijnen werden wel dieren aangetroffen, maar die kwamen altijd van bovengronds, bijvoorbeeld een jonge merel die tussen het hout was gevallen. In sommige, minder diepe mijnen zaten muizen en ratten. Ook muggen en vliegen kwamen voor in de mijn.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Commentaar
- Verteller onbekend. VODA_043_01 t/m 15 worden verteld door dezelfde persoon. Hij werkte vanaf 1940 in de kolenmijn.
- Verteller vertelt in VODA_043_02 dat hij in staatsmijn Maurits (Lutterade, Geleen) werkte. Lutterade, Geleen is daarom telkens aangehouden als lokatie.
- Datum van opname is onbekend. De opgegeven datum is hoogstwaarschijnlijk de datum waarop het verhaal is uitgezonden op de radio. Het verhaal moet dan vóór 8 augustus 1973 zijn opgenomen.
- Verteller vertelt in VODA_043_02 dat hij in staatsmijn Maurits (Lutterade, Geleen) werkte. Lutterade, Geleen is daarom telkens aangehouden als lokatie.
- Datum van opname is onbekend. De opgegeven datum is hoogstwaarschijnlijk de datum waarop het verhaal is uitgezonden op de radio. Het verhaal moet dan vóór 8 augustus 1973 zijn opgenomen.
Naam Overig in Tekst
Jansen   
Oranje-Nassau mijn   

